Rondreis op Cuba

 

Google fotoalbum

Havana, Historie


 

 

Na het bezoek van twee en een halve dag aan Havana begon de grote rondreis door Cuba. Het is het grootste eiland van de Cariben. Ongeveer even groot als alle andere eilanden bij elkaar. Van kop tot staart is het 1200 km. We hebben ongeveer 2000 km gereden. De wegen zijn goed. Er is weinig ander verkeer. Als inleiding tot bezoeken aan Cienfuegos, Trinidad, Camaguey en Santiago de Cuba begonnen we met een bezoek aan het natuurpark in het westen van het eiland bij Vinales. Onderweg werd gestopt bij een voormalige koffieplantage en een sigarenfabriek. De beheerders deden hun best cultureel en inhoudelijk te zijn. Opmerkelijk dat we binnen in de sigarenfabriek niet mochten fotograferen en filmen. Misschien voelen zich toch wat ongemakkelijk bij een product uitsluitend bedoeld voor de rijken. Elke sigaar kost op de wereldmarkt per stuk minimaal het weeksalaris van de mensen die er werken.

 

 

Het hotel aan het einde van de reis op de rand van de heuvel met een schitterend uitzicht over de onderliggende vallei deed vooral zijn best om met een zwembad en restaurant een waar lustoord voor de toeristen te zijn. De groep was na afloop bijna niet meer weg te slaan bij het zwembad en had nog wel een paar dagen langer willen blijven. In de ochtend deden we een wandeling met een natuurbeheerder. Hij had de gave van het woord. Voortdurend grappen makend trokken we door de vallei. Aanvankelijk zagen we geen hand voor ogen. De ochtendmist verhulde het landschap volkomen. Maar na een half uurtje trok de mist op. Het landschap is onwerkelijk. De Baobab boom is heilig in Cuba en mag niet omgehakt worden. Het werd snel erg warm. De siŽsta is een noodzakelijke arbeidsvoorwaarde in deze vallei. We eindigden bij een boerderij, waar we vers geperst suiker, een grapefruit en een rietje kregen. Je gooide steeds wat suikerwater in de grapefruit. Via knijpen in de vrucht en zuigen op het rietje kon je het grapefruit sap drinken. Bijzonder, maar wel een beetje kliederig...

 

 

De stad met de onuitspreekbare naam Cienfuegos heeft zowel een aardig centrum als een prachtige kust. Van oudsher trokken de rijken naar deze plaats om de zomer door te brengen. Je hebt hier altijd een zacht windje, die de hitte van de zomer verzacht. Op het ogenblik verkeert de landtong waarop we verbleven niet in optimale staat van onderhoud, maar je kunt moeiteloos zien hoe het zou kunnen zijn, als de welgestelden zouden kunnen/willen terugkeren. Sommige paleizen zijn prachtig gerestaureerd en getransformeerd in jachthavens en hotels. Na aankomst 's avonds zijn we de landtong gaan verkennen. Overal tref je prachtige zomerhuizen aan, waar al minstens vijftig jaar geen onderhoud aan heeft plaatsgevonden. Jammer... In de ochtend zijn we richting de stad gelopen. We waren zelfs te laat voor de bus. Maar het was de moeite waard. Nog steeds zijn tal van kleinere huizen in gebruik als zomerresidentie voor de betere families. We hebben tientallen foto's gemaakt. Het heeft wel wat weg van Miami...

 

 

De volgende stad op het programma is Trinidad. Een typisch suikerbaronnen oord. De stad is flink onder handen genomen. Alles is in prachtige kleuren geverfd, maar het mist een beetje het mondaine van Cienfuegos. De stad kent een bekende kathedraal en wat torens. Vanuit de toren in het paleis heb je schitterend uitzicht over de omgeving. Voor de meeste anderen was deze kleurrijke en verstilde stad het hoogtepunt van de reis. De suiker heeft altijd een grote stempel op het leven gedrukt. Onder de Spanjaarden werd het werk gedaan door de slaven. Deze werden gezien als gewone gebruiksgoederen. Een landarbeider ging tien jaar mee en moest dan vervangen worden. Tegenwoordig begint de suiker in betekenis te verminderen. Op de wereldmarkt heeft de zwaar gesubsidieerde suikerbieten teelt in Europa het suikerriet een beetje verdrongen. In tegenstelling tot Zuid Amerika is men er in Cuba kennelijk nog niet toe overgegaan om het suikerriet om te zetten in Ethanol als autobrandstof.

 

 

Camaguey viel minder in de smaak bij de groep. De stad is nogal vervallen. Het hotel het minste van de reis. We deden een rondrit met de fietstaxi. Voor wie er oog voor heeft best een aardig gebeuren. Er zijn diverse mooie pleinen. Bij aankomst van de stad stond een trein bij het station op het punt van vertrekken. Indiase taferelen spelen zich daarbij af. Een trein volledig omzwermt met mensen. Wij zijn wezen eten n het hotel de Colon (Columbus). Het enige behoorlijke restaurant dat we hebben weten te ontdekken. Volgens onze gids waren de kamers van dit hotel niet beter dan de onze. Veel te klein en geen lift. We waren achteraf de enige, die de stad de moeite van een bezoek waard hebben gevonden.

 

 

De tweede stad van het eiland is Santiago de Cuba. Onderweg werd gestopt bij een kathedraal in de heuvels. De Cubanen zijn katholiek met wat modificaties. Er heeft een menging plaatsgevonden met animistische godsdiensten vanuit Afrika. De paus is een paar jaar geleden op bezoek geweest. Elk zieltje is er een. Echter een Cubaanse bisschop maakt weinig kans hoog te stijgen in de hiŽrarchie van de kerk. Aanvankelijk was Santiago de hoofdstad van het eiland. Evenals Havana heeft het een prachtig haven omsloten door een beschermende ring van heuvels, zodat je er in het stormseizoen ook wat aan hebt. Het is er gemiddeld vijf graden warmer dan in Havana. De omgeving is wat heuvelachtiger.

 

 

Op een heuvel voor de haven ligt een fort met een prachtig uitzicht over de omgeving. Inderdaad kun je er met een paar simpele kanonnen iedereen de toegang tot de haven ontzeggen.  We bezochten de kazerne, waarop Fidel Castro met wat medestanders in 1953 een mislukte overval op deed om aan wapens te komen. Ze hebben er tegenwoordig een museum ingericht. De collectie was wat pover. Je mocht niet fotograferen en er was een krachtdadige vrouwelijke gids, die ons alle heldendaden uitvoerig wilde expliceren. Ik heb mij snel uit de voeten gemaakt. Het enige interessante waren wat kaartjes van de verrichtingen van het guerrillaleger tussen 1957 en 1959. Dat had wat beter gekund. We deden een leuke wandeling door het centrum van de stad. Het was te warm om de beroemde wijk aan de haven ook te bezoeken.

 

 

De laatste twee dagen verbleven wij in een strandressort 'all inclusive'. Je krijgt dan een groene plastic band om de pols en kunt drinken en eten zoveel als je wilt. We waren vooraf wat sceptisch. Inderdaad kunt je onbeperkt drinken. Tot mijn stomme verbazing kon ik zelfs gratis Campari drinken. Na twee weken rum een verademing. Het eten in de buffetrestaurants was wat je ervan verwachten kon. We konden eenmaal boeken in het 'a la card' restaurant. Dat is erg populair en aanmerkelijk beter. Ook slaagde ik erin om gratis een windsurfplank te bemachtigen. Het kostte wel wat aandringen. Bij beschadiging werd mij hel en verdoemenis gepredikt. Ik begin er wat te oud voor te worden. De wind is wat onbestendig, de golven hinderlijk. Ik lag meer in het water, dan ik op de plank stond, zodat ik de moed maar heb opgegeven en de boel teruggebracht heb. 

 

 

Mensen