Fuerteventura

Canarische eilanden

 

Google fotoalbum

Canarische eilanden


 

 

Den haag - Fuerteventura is een van de rij met Canarische eilanden. Het is het op een na grootste. Het heeft grote gelijkenis met Lanzarote. Het verschil tussen een nat en een droog eiland wordt bepaald door de hoogste top van het eiland. Zowel Lanzarote als Fuerteventura zijn buitengewoon droog, ondanks een enorme reeks vulkanen, die tot 800 meter in de lucht steken. Het eiland is relatief jong. Evenwel de magmaput, waardoor het ontstaan is, ligt nu onder Lanzarote. Het heeft dus geen actieve vulkanen meer. Het eiland was bij de komst van de kolonisten relatief groen. Evenwel intensieve landbouw was er de oorzaak van, dat nu grote delen van het eiland treffende gelijkenis vertonen met de Sahara. Het heeft weinig inwoners van zichzelf. De toeristen hebben gedurende grote delen van het jaar ruim de meerderheid.

 

 

Het eiland leeft tegenwoordig van het toerisme. Het beschikt over een groot aantal stranden. Aan de noord- en de zuidpunt van het eiland heeft men het toerisme geconcentreerd. In het zuiden de Duitsers. In het noorden de Engelsen en de rest. De bekende badplaats Corralejo is in handen gevallen van vakman, die ervoor gezorgd heeft, dat een voorheen onooglijk vissersplaatsje is uitgegroeid tot een echte gezellige toeristenplaats met eten op straat en muziek aan tafel in de hele binnenstad. Op een paar kilometer afstand ligt een soortgelijke vissersplaats met soortgelijk ambities en het is nog steeds zichtbaar 'niets'. Op de kaart zie je beide plaatsen aan het einde van een rode lijn. Corralejo bovenin heeft permanent duizenden toeristen rondlopen.

 

 

 

Het eiland trekt vooral zon- en strandliefhebbers. Het is onder hen redelijk bekend. Voor ons was het een beetje behelpen. De totale stedelijk populatie beloopt enkele tienduizenden personen. De meeste wonen rond de hoofdstad bij het vliegveld in het midden van het eiland. De hoofd- en havenstad Puerto del Rosario heeft een centrum van slechts enkele straten omringd door een moderne stad. Geen toerist heeft er iets te zoeken. De oude hoofdstad Betancuria hoog in de heuvels is eigenlijk helemaal niets. Het bestaat uit een tiental huizen en kerken. Het had de verdienste, dat het ver van de zee lag met het risico van zeerovers e.d. Voorts lag het aan een geul, waarin zich het spaarzame water verzamelde. Op al deze eilanden zie je dat zeerovers een probleem waren. Het totale aantal inwoners van zulke eilanden was rond 1800 minder dan enkele duizenden. Daaronder waren slechts handjevol jonge strijdbare mannen. Een schip met vijftig goed bewapende en geoefende rabauwen kon moeiteloos een compleet eiland brandschatten. Tenminste als ze de bewoners wisten te vinden...

 

 

 

De naam van het eiland betekent 'harde wind'. Dat is letterlijk waar. Overal waai je zo ongeveer uit de kleren. Maar bij een temperatuur van 20 tot 25 graden ronde de kerst klaag je dan niet. Het hele eiland is bezaaid met schitterende wegen, die eindigen in het niets. De navigator heeft het er ook moeite mee. Als je een plaatsnaam intikt van een plaats met 1 tot 10 huizen, geeft hij zo nu en dan 'geen thuis'. In sommige plaatsen kun je alleen lunchen. Verder is er niets te doen anders dan uitkijken over de woeste zee, die zich op tal van manieren op de kust stort.