Masterclass

Anatoli Gantwarg

Strategische principes in flankspel

Hoofdpagina, Partijen, Course In Draughts, Openingstheorie, van Stigt Thans, Wedstrijdverslagen, Uitslagendienst, KNDB, FMJD, Forum, en Webmaster


Dordrecht - Kees Thijssen nam tweemaal de honneurs waar in de aanloop tot de competitie. Het succes van aanval versus omsingeling wordt in sterke mate bepaald door de opstelling van de korte vleugel van de aanvaller resp. de lange vleugel van de omsingelaar. De stelling is aan die kant gesloten en de vrije stukken op de rest van het bord bepalen de uitkomst.

In diagram 1 en diagram 2 hopeloze situaties voor omsingelaar resp. aanvaller. Kenmerkend is de aan- en afwezigheid van een valse staart op de korte vleugel van de aanvaller. Dit soort kenmerken tekenen zich vaak al vroeg in de partij af. Een heel groot verschil maakt of schijf 45 op 50 staat. Dan kan hij nog naar het centrum en daar de strijd beslissen.

Een van de belangrijkste openingen, waarin dit thema een rol speelt is de opening 1.33-29 19-23 2.35-30 20-25 3.40-35 14-20 4.44-40 10-14 5.38-33 14-19 6.30-24 19x30 7.35x24 17-22 8.42-38 11-17 9.32-28 23x32 10.37x28 16-21 11.41-37 21-27. Hij fungeerde als uitspeelstand.

Een belangrijk ijkpunt voor deze opening is de roemruchte partij Tsjizow - Chmiel tijdens het wereldkampioenschap. Daarin verloor wit op klaarlichte dag een schijf. In diagram 3 uit deze partij moet wit een stuk verliezen. Meerdere slachtoffers zijn gevallen door 17.37-31 27-32 18.38x27 22-28 19.23x32 18-22 20.27x18 12x23 21.29x18 20x27 22.31x22 17x28 en wit ziet zijn stuk niet meer terug. Op 17.33-28x28 wint zwart een stuk via 27-32 en 18-22 X. Ook 17.37-32 is het niet na 22-28 en 13-19x46. Na het gespeelde 17.40-35 wint 17...13-19 gevolgd door 20-24x24 gewoon een stuk.

Stelling met wederzijds voorposten zijn buitengewoon verraderlijk. In deze stand uit de partij Sijbrands - Schwarzman staat wit ogenschijnlijk schitterend. Ook de opening ziet er veelbelovend uit. Wit heeft alle centrumvelden. Op de korte vleugel staan nauwelijks overtollige stukken. Toch gaat hij in de partij tamelijk roemloos ten onder. Dat heeft kennelijk iets te maken met het fantastische strategische inzicht van de zwartspeler. Tijdens het uitspelen gingen alle zwartspelers tamelijk roemloos ten onder. Niemand kreeg ook maar iets soortgelijks op het bord.

De kenmerkende stellingvoor trampoline. Zwart heeft zich opgesteld met een (schijnbaar) uitermate statisch centrum. Wit lijkt slechts veld 23 te hoeven bezetten om de overhand te krijgen. Evenals vele witspelers voor en na hem kon Jannes de verleiding niet weerstaan. De formatie 2,8,13 is belangrijk om de witte voorpost op 23 onder druk te zetten. Het open veld 3 is nodig voor damgeef combinaties gevolgd door 13-19 en slagen vanaf veld 15. De zwarte stand heeft wel wat weg van een trampoline. Alle kracht is samengebald in het centrum. Er hoeft slechts gewacht te worden op het juiste moment om explosief te ontladen.

 

 

In het kader van het omsingelen van een overladen flankpositie is dit een belangrijke stelling. Twee zetten komen in aanmerking t.w. 11-16 en 17-22. Na het in de partij gespeelde 14...17-22 komt zwart in tempodwang en moet zijn tegenstander 'support' geven voor zijn overladen korte vleugel. De zet (15.48-43) 14-20 is geen luxe en geeft wit support voor zijn korte vleugel. Het partijverloop 16.50-45 10-14 17.29-23x24x23x29 was allemaal voorbereiding vanuit het Nederlandse kamp.

De gespeelde ruil 22...21-27x26x21 is in deze stand, zelfs als een defensief bedoelde ruil, geen hoogvlieger. Wit krijgt vrijheid in het centrum. Ondanks de valse staart gaat zoiets altijd werken, zodra hij geen last meer heeft van ruimte beperkende zwarte formaties. De driepoot 48,42,37 blijft daarbij onveranderd belangrijk. Interessanter is de diagramstand na het aangewezen 14-20. Hij was het onderwerp van een langdurige analyse tussen Sven, Rob en Anatoli. Ik kon het niet helemaal volgen, omdat ik een paar meter verderop zat. De volgende dag kwam Anatoli opmerkelijk beslagen ten ijs met 22...14-20 23.37-31 13-18.

Het schema van Ton Sijbrands is een buitengewoon belangrijk spelbeeld met groot potentieel. Het gaat om het schema 1.33-28 18-22 2.38-33 12-18 3.31-26 19-23 4.28x19 14x23 5.34-29 23x34 6.40x29. Met een tempo minder kan het zich voordoen in de 1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 17-22 4.28x17 11x22 opening. Het is een verschrikkelijk moeilijke en verraderlijke spelgang en bepaald niet de oplossing voor alle problemen. Zelf ben ik nogal gefascineerd door het schema en heb diverse pogingen gedaan er iets mee te doen. Ik vind het erg moeilijk. Veel controle over het spel was niet mijn deel, maar de resultaten waren redelijk.

Een veel voorkomend spelbeeld zijn standen, waarbij een speler het centrumveld 28 en de voorpost 24 bezet zonder bindingen aan te korte vleugel. Een voorbeeld is de Vosvariant 1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 20-25 4.41-37 12-18 6.29-24. Door het ontbreken van bindingen vergt deze variant het uiterste van de omsingelaar om er iets van te maken. De aanval tegen schijf 24 is zelfs als veld 29 bezet is, moeilijk te realiseren zolang niet ook veld 34 is gesloten. De tempoverhoudingen zijn belangrijk. Wit staat twee tempi naar voren. Zonder deze tempi heeft zwart meer mogelijkheden, zoals blijkt in diverse andere openingen, die tot dit spelbeeld leiden.

Aanval versus verdediging is een van de meest geliefde thema's van Anatoli Gantwarg. Eerder kwamen dergelijke standen aan de orde in de masterclass, die gegeven werd door Kees Thijssen. Meerdere malen kwam Anatoli erop terug. Uit talrijke openingen zijn dergelijke ontwikkelingen mogelijk. Een van de spelers bezet zowel de twee centrumvelden 27/28 resp. 23/24, terwijl de ander het tegenover gelegen punt 24 resp. 27 in handen heeft. In principe heeft degene met de meeste centrumvelden voordeel, echter belangrijk is ook wie de laatste zet heeft (en het laatste zetje heeft). Een interessant voorbeeld is de Georgiev - Tsjizow in het wereldkampioenschap 2004.

Flankspel: