Masterclass 7
Anatoli Gantwarg
Partijen, Theorie, Damclub Van Stigt Thans Schiedam en Hoofdpagina

Dit was de uitspeelstand. Hij kwam zeven keer op het bord. Meerdere malen werd 31-26 gespeeld. Ook 47-41 en 37-32 kwam op het bord. Op internet staan diverse studies over deze opening. Een resolute oplossing om het probleem uit de partij Tsjizow - Chmiel te vermijden deed zich voor in de partij:
Luteijn
- Prinsen 2-0
12.50-44 06-11 13.40-35 11-16 14.44-40 07-11 15.28-23 01-06 16.48-42 05-10 17.46-41 09-14 18.35-30 03-09 19.49-44 16-21 20.31-26 13-19 21.24*13 08*28 22.29-24 20*29 23.34*32 25*34 24.40*29 14-19 25.39-34 09-13 26.32-28 11-16 27.37-32 19-24 28.29*20 15*24 29.43-39 13-19 30.45-40 02-07 31.41-37 18-23 32.37-31 06-11
Het partijverloop is een drama voor zwart. In diagram 2 heeft wit de kans om de oversteek 40-35 te doen zonder lastig gevallen te worden door 13-19x19 (vanwege 37-32 X). Daarna heeft hij voldoende tempozetten om de tegenstander geen bevrijding toe te hoeven staan. De beste verdediging voor zwart zien we in de partij:
Luteyn,F.
- Geurtsen,R. NLD-ch sf1, 10-02-1985 0-2
12.48-42 6-11 13.28-23 1-6 14.50-44 9-14 15.40-35 4-10 16.44-40 11-16 17.46-41 7-11 18.35-30 14-19 19.23x14 20x9 20.40-35 9-14 21.24-20 15x24 22.29x9 13x4 23.30-24 18-23 24.31-26 12-18 25.34-30 25x34 26.39x30 8-12 27.24-20 23-28 28.43-39 10-15 29.30-24 4-9 30.45-40 5-10 31.40-34 2-8 32.37-31 17-21 33.26x17 12x21 34.31-26 11-17 35.35-30 10-14 36.30-25 8-13 37.49-44 27-32 38.38x27 21x32 39.42-37 16-21 40.37-31 21-27 41.44-40 14-19 42.34-29 19x30 43.25x34 15x24 44.29x20 9-14 45.20x9 13x4 46.34-29 3-9 47.40-34 9-14 48.34-30 6-11 49.29-24 14-19 50.24x13 18x9 51.39-34 28x39 52.34x43 9-14 53.30-24 4-9 54.47-42 9-13 55.43-39 11-16 56.39-34 16-21 57.41-37 32x41 58.36x47 27x36 59.42-38 21-27 60.34-30 13-18 61.24-19 14x23 62.30-25 23-28 63.25-20
Diagram 3 heeft zich inmiddels driemaal voorgedaan. De twee andere zwartspelers deden de ruil 18...14-19 19.23x14 10x19 en verloren na de afwikkeling 20.29-23. Naar achteren slaan, zoals Geurtsen deed, hoeft niet noodzakelijkerwijs beter te zijn. Maar hij won er wel mee. Op internet wordt summier uitgelegd hoe wit ook dan het beter had kunnen doen.
Velde - Baksoellah
0-2
12.47-41 06-11 13.37-32 11-16 14.32*21 17*37 15.41*32 01-06 16.28*17 12*21 17.33-28 07-12 18.46-41 06-11 19.41-37 11-17 20.39-33 18-22 21.28-23 13-18 22.32-28 09-13 23.50-44 21-26 24.44-39 16-21 25.38-32 02-07 26.34-30 25*34 27.39*30 07-11 28.40-34 20-25 29.45-40 11-16 30.37-31 26*37 31.32*41 22-27 32.41-37 18-22 33.40-35 13-18 34.23-19 21-26 35.37-32 27*38 36.33*42 22*33 37.29*38 17-22 38.42-37 12-17 39.38-33 22-27 40.43-38 17-22 41.49-43 08-12 42.43-39 12-17 43.48-42 17-21 44.37-32 27-31 45.36*27 22*31 46.42-37 31*42 47.38*47 21-27 48.32*21 16*27
In deze
partij doet wit de breekactie 47-41 en 37-32. In diagram 4 een belangrijk
moment. Zwart dreigt een ideale omsingeling in te nemen via 18-22. Na het
gespeelde 20.39-33 wordt wit het centrum ingedreven, omdat spelen op de lange
vleugel nu eenmaal onmogelijk is. Twee ideeën zijn er om het beter te doen. Met b.v.
20.50-44 18-22 21.48-42 22x33 22.39x28 de stand openhouden ten koste van het belangrijke stuk 48. Via 20.28-23 kan
geprobeerd worden het zwarte centrum vast te leggen. Zowel na 20...9-14 als
20...17-22 is deze oplossing niet echt bestendig. Maar wellicht beter dan het
partijverloop.
In
diagram 5 heeft zwart tal van kansrijke voortzettingen. Erg voor de hand ligt
22...22-27 of 22...9-13 23.50-44 22-27. Steeds volgt er op de achterloop 37-31
een simpele schijfwinst resp. damzet ingeleid met 17-22. Een zet als 22-27 is
vooral zo aantrekkelijk, omdat het transport van inactieve schijven op de
zwarte lange vleugel naar de hotspot aan de korte vleugel mogelijk maakt.
Zwart
blijft verschrikkelijk goed staan. Toch wekte het gespeelde (langzame) 24...16-21 wat
verbazing. De uitstoot 24...22-27 ligt voor de hand en dwingt
wit zijn centrum verder te verzwakken. Maar na 25.38-32 27x38 26.43x32 is het
inderdaad moeilijk om verder te komen, doordat 26...18-22 beantwoord kan worden
met 23-18.
Truus merkt op dat na de opmars 24...5-10 25.38-32 10-14 gekeken moet worden naar de gevolgen van de wending 24-19, 23-19 en 34-30x10. Ook wordt op 24...5-10 de mogelijkheid 25.23-19 4-9 26.38-32 aangegeven. In diagram 7 besluit wit tot het wat wanhopige 26.34-30x30. Dat leidt tot een opsluiting aan de korte vleugel, die de boel alleen maar erger maakt. De aanvalsruil 34-30x30 zit er in deze stelling gewoon niet in. Ook na eerst 26.49-44 wordt het niets. Wel wat verdediging geeft 43-38 en 37-31x41.
Guido
v.d. Berg -
Kos 2-0 (klok)
01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 14-20 04.44-40 10-14 05.38-33 14-19 06.30-24 19*30 07.35*24 17-22 08.42-38 11-17 09.32-28 23*32 10.37*28 16-21 11.41-37 21-27 12.31-26 27-32 13.38*27 22*42 14.47*38 06-11 15.46-41 11-16 16.41-37 07-11 17.37-31 01-06 18.50-44 17-22 19.28*17 11*22 20.31-27 22*31 21.26*37 12-17 22.33-28 08-12 23.39-33 16-21 24.44-39 06-11 25.38-32 03-08 26.43-38 11-16 27.28-23 09-14 28.49-43 04-10 29.40-35 14-19 30.23*14 10*30 31.35*24 18-22 32.32-28 21-26 33.38-32 05-10 34.43-38 13-18 35.37-31 26*37 36.32*41 02-07 37.45-40
Wit start de
uitspeelstand met 31-26, waarna zwart moet ruilen. Het resultaat is diagram 8.
Zwart dient hier evenals het vorige voorbeeld verder te gaan met 16...17-21. In
de partij speelt hij met 16...7-11 op de zetjes, die 38-32 verhinderen. Het
gevolg is, dat hij de kenmerkende omsingeling niet meer goed kan realiseren.
Aangegeven werd, dat na 16...7-11 17.37-31 1-6 de zet 18.38-32 het effectiefst
verhinderd is door 18...18-23 19.29x7 20x27 20.31x22 17-21; 16-21 en 13-18x35 X.
Echter ook 20...8-12, 17-21 en 16-21 is een optie. Na 18.50-44 heeft zwart geen
redelijke wachtzet en moet hij afhaken.
In de partij laat wit zijn tegenstander weer tot iets wat op een omsingeling lijkt komen. Daar is niets mis mee als je denkt dat de omsingeling niet kan slagen. Wit heeft zojuist de barragezet 27.28-23 gespeeld. Hij is wellicht nodig. Echter ook 27...36-31 (of 27.37-31) zouden bekeken kunnen worden. Zwart kan zijn tegenstander waarschijnlijk niet goed toelaten op veld 26, zodat (27.36-31) 21-26 28.31-27 een belangrijke variant is. Hier is het nogal scherp, vanwege 28...17-22 29.28x17 12x21 29.33-28 26-31 30.37x17 18-22 en wit heeft een schijf geofferd voor onduidelijke compensatie.
In de
partij gaat zwart verder met 27.28-23 9-14 28.49-43 4-10 29.40-35 14-19 en lost
daarmee de witte ontwikkelproblemen aan de korte vleugel goeddeels op. Meer in
aanmerking komt de terugruil 28...14-19 29.23x14 20x9 30.32-28 (diagram 10)
eventueel gevolgd door de opmars 5-10-14.
Opgemerkt wordt dat dan de twee om twee naar veld 10 (via 32-28, 38-32 en 34-30) erin gebracht kan worden. Zwart moet dan verder met 18-22 en wit kan wellicht komen tot aanval via 28-23, 40-35 en 34-30x30. Op de ontwikkelzet (30...5-10) 31.38-32 18-22 32.29-23 wordt door Truus 21-27x26x21 gespeeld en het gaat wel weer voor zwart. De beginzet (30.32-28) 18-22 heeft wellicht het bezwaar 31.37-31 13-18 32.31-26 en het gaat erom wie de laatste zet heeft.
Andriessen
- Wielaard
01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 14-20 04.44-40 10-14 05.38-33 14-19 06.30-24 19*30 07.35*24 17-22 08.42-38 11-17 09.32-28 23*32 10.37*28 16-21 11.41-37 21-27 12.31-26 27-32 13.38*27 22*42 14.47*38 06-11 15.46-41 11-16 16.41-37 17-21 17.26*17 12*21 18.38-32 07-11 19.43-38 08-12 20.37-31 11-17 21.31-26 18-22 22.28-23 21-27 23.32*21 16*27 24.49-43 13-18 25.50-44 04-10 26.34-30 25*34 27.39*30 03-08 28.40-35 09-13 29.44-39 01-07 30.24-19 13*24 31.30*19 10-14 32.19*10 15*04 33.35-30 05-10 34.30-24 10-14 35.24*15 08-13 36.48-42 07-11 37.45-40 02-07 38.40-35 13-19 39.29-24 18*20 40.15*13
Hier een geval, waarin de oversteek naar veld 26 heeft gerealiseerd. Echter zwart blijkt zich op meerdere manieren tegenkansen te kunnen scheppen. Tijdens de bespreking van de partij werd vanuit de zaal gewezen op de mogelijkheid 24...4-10. Dat dreigt via de twee om twee 25-30x28 de aanval over te nemen. Weliswaar kan wit met 24-20x20 schijf 5 fixeren, maar dat is volstrekt onvoldoende compensatie voor de verpletterende zwarte aanval. Truus komt met de verdediging 25.34-30 25x34 26.39x30 20-25 27.48-42 25x34 28.24-19. Een levendig spelbeeld ontstaat. Geen groot succes voor wit is 25.23-18 12x23 26.29x18 29x29 27.34x23 13-19x10 en 48-42-42-37-32.
Kees Thijssen had zich na het gespeelde 24...13-18 25.50-44 4-10 26.34-30 25x34 27.39x30 verdiept in mogelijkheden om met zwart druk uit te oefenen tegen de voorpost op veld 23 via 27...10-14. Hoe dat precies moet, zal hij later nog wel eens uitleggen. Het is duidelijk, dat elke variant waarin zwart tot de aanval 13-19 komt verschrikkelijk is voor wit.
Bommel -
Bisseswar
01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 14-20 04.44-40 10-14 05.38-33 14-19 06.30-24 19*30 07.35*24 17-22 08.42-38 11-17 09.32-28 23*32 10.37*28 16-21 11.41-37 21-27 12.31-26 27-31 13.36*27 22*42 14.48*37 06-11 15.38-32 17-22 16.28*06 18-23 17.29*18 20*27 18.43-38 13*22 19.37-32 05-10 20.32*21 10-14 21.50-44 14-19 22.49-43 09-14 23.39-33 14-20 24.44-39 04-09 25.40-35 09-13 26.46-41 19-24 27.34-30 25*34 28.39*19 13*24 29.45-40 20-25 30.40-34
De afwikkeling uit deze partij met 17-22 en 18-23 geeft zwart zondermeer een perspectiefrijke stand. De randschijf op veld 6 heeft weinig toekomst zolang zwart zo massaal aanwezig is op de korte vleugel en in het centrum.
Peroti - Wiellaard
01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 14-20 04.44-40 10-14 05.38-33 14-19 06.30-24 19*30 07.35*24 17-22 08.42-38 11-17 09.32-28 23*32 10.37*28 16-21 11.41-37 21-27 12.47-41 05-10 13.50-44 10-14 14.38-32 27*38 15.43*32 14-19 16.40-35 19*30 17.35*24 09-14 18.45-40 06-11 19.31-26 11-16 20.37-31 14-19 21.40-35 19*30 22.35*24 03-09 23.48-43 09-14 24.34-30 25*23 25.28*10 20*27 26.26-21 17*37 27.41*21 16*27 28.10-05 07-11
In deze partij het thema, waarbij de aanval tegen schijf 24 niet goed gestuit kan worden. Dat doet zich in de praktijk regelmatig voor in deze opening. Ook zonder de verschrikkelijke ruil 14.38-32x32.
Provoost - Malahe
01.33-29 19-23 02.35-30 20-25 03.40-35 14-20 04.44-40 10-14 05.38-33 14-19 06.30-24 19*30 07.35*24 17-22 08.42-38 11-17 09.32-28 23*32 10.37*28 16-21 11.41-37 21-27 12.46-41 06-11 13.50-44 09-14 14.31-26 27-31 15.36*27 22*42 16.48*37 11-16 17.41-36 17-21 18.26*17 12*21 19.38-32 14-19 20.43-38 19*30 21.29-23 18*29 22.33*35 05-10 23.39-33 10-14 24.44-39 07-12 25.49-43 14-19 26.36-31 19-24 27.34-29 12-18 28.40-34 04-09 29.31-26 18-22 30.26*17 22*11 31.34-30 25*23 32.28*30 20-24 33.30*19 13*24 34.45-40 08-13 35.40-34 02-08 36.47-42 09-14 37.32-27 11-17 38.37-32 01-07 39.32-28 14-20 40.28-22 17*28 41.33*22 07-12 42.42-37 13-19 43.37-31 20-25 44.31-26 08-13 45.38-32 12-17 46.22*11 16*07 47.27-22 24-30 48.35*24 19*30 49.26-21 15-20 50.21-16 20-24 51.22-17 24-29 52.34*23 30-34 53.39*30 25*34 54.17-11 07-12 55.11-06 34-40 56.23-19 13*24 57.06-01
In deze partij wordt wit teruggedrongen met de aanval over veld 19. Het resultaat is perspectiefrijke klassieke centrumstand. Echt blij ben je niet als witspeler met een dergelijke ontwikkeling. Alleen spelers als Tsjizow zijn blij met zulke standen en winnen ze. Bij gewone stervelingen verpieteren ze.
