Masterclass 9
Anatoli Gantwarg
Trampoline
Partijen, Theorie, Damclub Van Stigt Thans Schiedam en Hoofdpagina

Tempi zijn altijd belangrijk. Ook in standen waar het er helemaal niet toe lijkt te doen. Dus ook in standen met aanval versus verdediging zijn tempi belangrijk. Als wit veld 24 heeft bezet, dan heeft zijn tegenstander twee fundamenteel verschillende opstelling ter beschikking. Hij kan kiezen voor de formatie 3, 4, 9, 14 resp. 4, 9, 10, 14. De tweede opstelling is minder bekend en met name geschikt voor standen, waar de tempoverhoudingen niet al teveel uit balans zijn. De eerste opstelling is bekender en aangewezen bij standen, waar het tempo-evenwicht wel grondig verstoord is. De tweede opstelling is het onderwerp geweest bij trainingen van vooraanstaande vrouwelijke dammers nu en in het verleden. Het is vooral gebaseerd op tactische mogelijkheden en er blijkt een groot verrassingseffect vanuit te gaan. Zie ook de partijnotaties.

Links
de kenmerkende opstelling van het eerste plan. Zwart gaat veld 20 bezetten en
blokkeert de witte korte vleugel om strijd te leveren op de andere vleugel.
In de stand rechts daarentegen is het nooit de bedoeling om veld 20 te bezetten. Zwart wil zijn materiaal samenballen en centraal houden om te kunnen counteren tot het moment komt om deze kracht als een soort trampoline tegen het overmoedige vooruitgeschoven materiaal van de witspeler te gebruiken.
Veld 20 moet openblijven voor de tactische wendingen. Ook is het duidelijk, dat de zwarte lange vleugel na bezetting van veld 20 kwetsbaar is voor aanval via de ruil 34-30x30, welke mogelijk is als er een paar schijven bijgeplaatst worden.
Jannes van der Wal is een van de talrijke 'mannelijke' slachtoffers, die compleet verrast werden door het feit, dat vrouwen als Karin van Lith een dergelijk gecompliceerd strategisch plan beginnen en met vaste hand tot een goed einde weten te brengen. Het moet een schokkende ervaring zijn geweest. Wit doet immers alles 'goed' en wordt toch ingeblikt.
van der Wal - van Lith
In de
diagramstand het resultaat van een laveeropening. Wit moet besluiten hoe verder
te gaan. Een opbouw met zetten als 18.48-42 10-14 19.30-24 is minder geslaagd,
vanwege het zetje 22-28, 13-19 en 1-6x48 X. Vandaar dat hij kiest voor de
agressieve ruil 18.31-27x27. Zwart heeft daarna diverse goede voortzettingen.
Verdergaan met de Roozenburg is een goed en kansrijk plan, maar Karin verwachtte
meer van de structuur uit de partij. Wit krijgt weliswaar het centrum, maar kan daarna door tactische wendingen geen vin meer verroeren.
Rechts de
kenmerkende stelling. Zwart heeft zich opgesteld met een (schijnbaar) uitermate
statisch centrum. Wit lijkt slechts veld 23 te hoeven bezetten om de overhand te
krijgen. Evenals vele witspelers voor en na hem kon Jannes de verleiding niet
weerstaan.
De formatie 2,8,13 is belangrijk om de witte voorpost op 23 onder druk te zetten. Het open veld 3 is nodig voor damgeef combinaties gevolgd door 13-19 en slagen vanaf veld 15. De zwarte stand heeft wel wat weg van een trampoline. Alle kracht is samengebald in het centrum. Er hoeft slechts gewacht te worden op het juiste moment om explosief te ontladen.
Zwart
kan dit soort plannen realiseren met relatief weinig stukken op de korte
vleugel. Hij hoeft slechts een stuk te hebben om naar veld 22 te lopen. De witte
voorpost wordt dan bedreigt. Meestal heeft wit geen andere keus, dan schijf 22 met
33-28x28 te ruilen. De formatie 23, 24, 28, 29 is ideaal voor veel van de wendingen, waar zwart het van moet hebben. Naast de damgeef combinatie
dient wit voortdurend rekening te houden met het offer 15-20 en in bijzondere
gevallen 25-30.
In de partij doet wit nauwelijks een poging om het zwarte centrum daadwerkelijk in de klem te houden en speelt vrijwillig 33-28. Het resultaat is de stand links. Het moge duidelijk zijn, dat het ruiltje 38-32x42 niet echt in aanmerking komt in verband met de damgeef combinatie dreiging na bv. 17-21 gevolgd door 12-18, 13-19 en de slag met schijf 15. Zelfs als de wending resulteert in de eindslag 15x22, waarbij de stand materieel gelijk blijft, neemt zwart de afwikkeling zonder aarzelen. Na afloop heeft hij immers het centrum; ontwikkelingsvoorsprong en een vernietigende aanval.
In deze en andere voorbeelden is het opvallend dat zwart geen enkele haast maakt met het uitvoeren van zijn plannen. De omsingelaar is tevreden met de krachteloze opstelling 23, 24, 28 en 29. Hoe en wanneer daarvan wordt geprofiteerd is niet belangrijk. Vaak zie je lange tijd alleen maar schijnbaar richtingloze zetten op de korte vleugel. Tot opeens een stuk op veld 22 verschijnt om de kenmerkende verzwakking uit te lokken.
Een bekend wapen in een laveerpartij is de halve hekstelling en vereist van beide spelers een diep inzicht in het spel, omdat je voortdurend door de halve hekstelling moet heen kijken naar de situatie, die ontstaat als hij verbroken wordt. De tempoverhouding is dan belangrijk. Elke keer dat achtergelopen wordt krijgt de bezitter van de halve hekstelling er twee tempi bij. Toch moeten ook andere stelling kenmerken in ogenschouw gehouden worden.
van Lith - Meijler

Links
een typische stand, die kan ontstaan bij laveren en een halve hekstelling. Dit
spelbeeld is aan de orde geweest tijdens de trainingen van Gantwarg en Karin van
Lith. Zwart krijgt de aanval en wit de omsingeling. Het is belangrijk om zoveel
mogelijk materiaal van de witte lange vleugel naar de andere bordhelft te
transporteren.
Op direct 13.37-32 volgt de ruil 13...21-27 en 22-28x16, waar wit niets aan heeft. Dat is de reden, waarom ze nu de achterloop 13.34-30 doet. Maakt zwart een tempo op de lange vleugel, dan volgt de oversteek 37-32-28 en is er een stuk van de lange vleugel geactiveerd. Als zwart zoals hier veld 27 bezet, dan komt het bekende plan waar deze masterclass over gaat aan de orde.
Rechts de kenmerkende opstelling. Een pokerface is belangrijk voor maximaal effect. Ook hier gaat wit tergend langzaam te werk. De zet 24.40-35 in plaats van het meer voor de hand liggende 40-34 is kenmerkend. Zolang wit nog een stuk heeft dat naar 29 kan, moet je er vooral wegblijven. Na 24.40-35 is 24...18-23 verhinderd door 25.39-34; 38-32 X. Even later in de partij wordt de wending genomen als een 'gelijke' ruil. De overblijvende stand is daarna reddeloos voor zwart.

Het is belangrijk
te letten op de paar tactische tegenacties, waar zwart over beschikt. Als
op het cruciale moment de zet 34-29 verhinderd is door een zetje, dan valt de
hele omsingeling in duigen. In de partij dient aandacht besteed te worden aan de
wending 17-21 met slaan van 14 naar 39 of 45.
In
diagram 8 de uitermate zeldzame situatie, waarin wit mat staat, dank zij een
andere tactisch probleem. De voortzetting 34-29 is verhinderd door de
afwikkeling 27-32 en 18-22x45. Bijgevolg kan wit feitelijk opgeven.
Een belangrijke reden, waarom dit plan alleen geschikt is voor standen met een klein verschil in ontwikkeling is de controle over veld 24. Zodra zwart naast de controle over het centrum erin slaagt ook veld 24 in handen te krijgen, dan is het plan van omsingelaar mislukt. Dat geldt ook voor de situatie, waarin wit nog beschikt over de twee om twee 38-32x32, zoals in diagram 9. Ondanks een paar kleine onvolmaaktheden in de zwarte stelling is dank zij de ontwikkelingsvoorsprong de situatie zeer moeilijk voor wit na 38-32x32.
Hoekman - Doumesh

Nina
Hoekman is helemaal gefixeerd door het plan en werkt er in vrijwel iedere partij
systematisch naartoe. Ook als andere plannen meer in aanmerking komen. De zet
10.38-32 in deze stand is bepaald niet de enige zet voor wit. Maar het is nodig
om de tegenstander in de val te lokken.
Het is niet helemaal zeker of de resulterende stand rechts wel zo geschikt is voor het plan. Zwart haakt gelukkig af met 27-31x31x28 en komt vlot verloren te staan. Het is niet helemaal duidelijk hoe wit het avontuur moet overleven na 22...19-24. Zwart dreigt veld 24 permanent in handen te krijgen met een positionele ramp voor de omsingelaar als gevolg. Na 22...19-24 23.34-29 14-19 24.29x20 15x24 25.45-40 18-23 kan wit nog afwikkelen met 35-30x50. De compensatie lijkt daarna onvoldoende.
Hoekman - Luteijn
Wederom
een traumatische ervaring voor de zwartspeler. De heren grootmeesters hebben
na afloop urenlang zout in de wonden zitten wrijven. In de opening maakt zwart zich grote
zorgen over ruilacties. Tot zijn verbijstering komen ze niet. Ook lijkt
wit totaal niet te begrijpen, dat een wat flexibeler opstelling van het centrum
te overwegen valt.
In diagram 12 denkt de zwartspeler na alvorens zich in het avontuur met 23-28 te storten. Want de kenmerkende wendingen zijn reeds jaren terug op de training van Van Stigt Thans behandeld. Volgens Anatoli is ruilen met 23...14-20 nodig. Als het materiaal op de korte vleugel dunt, moet op een gegeven moment het materiaal in het witte centrum spelen en verdwijnen de kenmerkende wendingen. Het zwarte centrum gaat dan werken.
De opstelling met 23.39-34 is beter dan die met 23.44-40. Na 23.39-34 15-20 24.33-29 is het direct uit. Op 23.44-40 15-20 dreigt zwart beslissend veld 24 te bezetten. De ruil 24.30-24xx24 is niet gevaarlijk voor zwart. De stand links is bij de berekeningen op het bord geweest. Veld 18 mag niet open. Anders volgt de afwikkeling 39-34, 38-32 met verloren stand. Het moge duidelijk zijn, dat zwart geen enkele verdediging heeft tegen het offer 36-31 en 38-32 als hij enkelvoudig 26...13-19 27.24x13 8x19 ruilt. De twee om twee 26...14-20 27.25x14 13-19 28.24x13 8x10 is aangewezen.
Beide spelers misten nu de wending 28.36-31 27x36 29.38-32 met direct winst. In de partij speelde wit eerst 28.30-25, waardoor een wakker geworden zwart opeens weer een nipte verdediging wist te organiseren. In het wedstrijdverslag kan nagegaan worden hoe. Daar staat ook hoe wit in tijdnood nog een tweede goede winstkans mist.
Hoekman - Stokkel


Het leven is niet eerlijk. Tegen Jos Stokkel wint Nina wel, terwijl deze langdurig heel behoorlijk van zich afbijt. De tempoverhouding kloppen in de diagramstand niet voor wit. Zwart dreigt veld 24 onder controle te krijgen en de opzet van de omsingelaar compleet te weerleggen. Noodzaak doet wit de sterke zet 30.37-31 vinden. Hij hoort er bij deze opstelling van de witte lange vleugel eigenlijk niet bij. Maar door de dreiging 33-28 dwingt deze zet de belangrijke verzwakking 8-13 af, waardoor het opeens weer wat wordt.
In diagram 15 was zwart ongetwijfeld 35...20-24 van plan. Echter dan volgt het kenmerkende zetje 36.34-29 23x34 37.39x30 28x48 38.37-32 48x25 39.32x1 en de zwarte dam staat ingesloten. De voortzetting 35...7-12 36.33-29 28-32 37.29x16 32x41 is pure wanhoop. Wit staat erg goed. Vermoedelijk is 38.38-32 de beste zet. Er werd gespeeld 38.34-29 en zwart miste de remise 38...41-46! 39.29-24 19x30 40.35x15 46-19 met allerlei tactische wendingen. Bijvoorbeeld 41.16-11 4-10 42.15x4 17-21 43.26x28 19x26 44.4x31 26x50 45.11-7 6-11 =.
Thijssen - Michaltsjenko

Tijdens
het laatste wereldkampioenschap toen Kees nog in goede doen was, won hij een
fraaie partij van Michaltsjenko. Ton Sijbrands behandelde de partij in de
Volkskrant. In de diagramstand ging wit verder met 18.33-29x29. Dat is een
alleszins redelijk zet. Veld 48 is nog dicht en dan is het niet helemaal
duidelijk of wit alternatieven heeft ingeleid met 40-34.
Later schakelt wit over het op eerste plan, waarbij hij zich opstelt met het klaverblaadje 26, 31, 36. Dat is nog mogelijk, omdat hij met vooruitziende blik de beslissing over het sluiten van veld 42 heeft uitgesteld. Later permitteert hij zich zelfs het ongelooflijke 27.49-44.
Ton Sijbrands geeft in de diagramstand aan, dat wit sneller kan winnen met 32.44-40. De achterloop 32...30-35 is dan verhinderd door de afwikkeling 33.38-32 27x49 34.31-27 22x42 35.33x2 35x24 36.2x37 42x31 37.36x27 49x21 38.26x8 X. Dank zij deze truc heeft wit de gelegenheid met 33.40-35 de verdediging van de zwarte lange vleugel te slopen. Later stort het zwarte verzet compleet in. Sijbrands geeft aan hoe wit kan winnen na 34...23-28 35.40-35 14-19 36.35x24 19x30 37.25-20 etc. Maar dat valt buiten het kader van de masterclass.
Wiering - Gantwarg

In de
clubcompetitie sloopt Anatoli Johan Wiering vanuit de diagramstand, die
gelijkenis vertoont met de stand van Karin Lith tegen Jannes van der Wal. jaren
eerder. Om de oversteek van schijf 19 naar 23 mogelijk te maken, wordt eerst een
keertje opgelopen met 10...17-21.
In verband met de tempoverhoudingen kiest zwart voor het eerste plan. Om niet compleet onder de voet gelopen te worden, worden vier tempi teruggepakt via 17...14-19x20. De ogenschijnlijk appositionele opmars van schijf 2 doet denken aan de partij van Kees Thijssen.
Links heeft zwart al het overtollige materiaal van de lange vleugel weten over te hevelen naar de andere kant en staat erg goed. De partijvoortzetting 40...27-31 is niet de beste. Daarna kan wit nog remise maken. Na 40...13-18 41.37-32 27-31 is de witte lange vleugel gevloerd.
Ondertussen hebben diverse deelnemers opmerkelijke voorkomens van de offermanoeuvre 15-20 en 13-19 geproduceerd cq. opgezocht.
De leerlingen van Gantwarg boeken regelmatig successen met de trampoline. Zelf kampt hij met het probleem, dat veel tegenstanders wel gek zijn om zoiets tegen hem te proberen. Recentelijk had Anatoli succes in de partij Bastiaannet - Gantwarg met het plan. Ook tijdens de World Mind Sport Games had hij in de partij Goeljaev - Gantwarg een geval, dat als een succes voor deze vorm van omsingeling gekenschetst zou kunnen worden.
Gantwarg - Sijbrands

De
soort openingen zoals uit de partij Gantwarg - Sijbrands
zie je tegenwoordig vaker. Met schijf 7 op 6 staat een bekende
korte vleugel opsluiting op het bord. Nu met de opbouw vanuit veld 6 is
consequent verder spelen met 1-6 en 19-23 vermoedelijk niet verantwoord. Na de
ruil 4...18-22 5.27x18 13x22 heeft zwart de aanval, maar er ontstaan zwakten in
het centrum. Belangrijk in het kader van deze masterclass is, dat schijf 1 nog
naar het centrum kan. Dat bemoeilijkt het realiseren van een kansrijke
omsingeling zeer.
Links is een kenmerkende positie ontstaan. Wit zou kansen moeten hebben. Het is evenwel nog niet helemaal uitgekristalliseerd, wat het beste plan is. Naast de opmars 35-30 is de ruil 29-24x24 wel geprobeerd. De zuinige opstelling van de zwarte korte vleugel maakt hem kwetsbaar voor de aanval over veld 32. De relatief 'rustige' opmars van schijf 35 is een logische en kansrijke aanpak.
Een belangrijk vraagstuk is na 11.35-30 8-13 hoe verder te
gaan. Tijdens de training werd gedacht, dat het speelplan van wit uit de partij
met een grootschalige omsingeling beter tot zijn recht zou komen na wachtzetten
als 12.40-35 en 44-40. Na 12.30-25 4-9 13.37-31 14-19 14.25x14 9x20 15.29-24
wordt de omsingeling niet veel meer, omdat zwart inderdaad schijf 1 bij het spel
weet te betrekken.
In de partij speelt zwart in de laatste diagramstand de zet 13.37-31. Met de kennis van nu zou Anatoli voor het plan 13.34-30 23x34 14.40x29 2-8 15.46-41 20-24 16.30x19 14x34 17.39x30 15-20 18.25x14 10x19 19.30-25!! hebben gespeeld met het trampolineplan in het achterhoofd. Zwart moet dan vrijwel gedwongen 19...19-23 spelen met insluiting van het materiaal van de eigen korte vleugel en centrum. Want 19...18-23 heeft wit sterk de oversteek 20.25-20.
