Masterclass 16
Anatoli Gantwarg
Aanval versus verdediging
Partijen, Theorie, Damclub Van Stigt Thans Schiedam en Hoofdpagina

Aanval versus verdediging is een van de meest geliefde thema's van Anatoli Gantwarg. Eerder kwamen dergelijke standen aan de orde in de masterclasses gegeven door Kees Thijssen. Meerdere malen kwam Anatoli erop terug. Hier een overzicht. Uit talrijke openingen zijn dergelijke ontwikkelingen mogelijk. Een van de spelers bezet zowel de twee centrumvelden 27/28 resp. 23/24, terwijl de ander het tegenover gelegen punt 24 resp. 27 in handen heeft. In principe heeft degene met de meeste centrumvelden voordeel, echter belangrijk is ook wie de laatste zet heeft (en het laatste zetje heeft). Een interessant voorbeeld is:
Georgiev - Tsjizow
Cruciaal is de tempoverhouding. Als de omsingelaar niet het 'laatste' tempo heeft, dan doet hij er verstandig aan er niet eens aan te beginnen. Wit speelde in de diagramstand de zet 18.48-42, omdat hij van mening was het laatste tempo te hebben. Anders had hij zeker de terugruil 37-32x42 gedaan.
Belangrijk voor de berekening van het laatste tempo is, dat na een zet als 18.48-42 de zwarte voortzetting 11-16 voorgoed uitgeschakeld is op straffe van het schijfverlies 38-32x23. Anderzijds wordt in dit soort standen het laatste tempo 4-10 vaak vergeten.
Na 18.48-42 1-6 19.50-45 heeft zwart inderdaad nog als laatste zet
het kromme 19...4-10. Het bezwaar van die zet is enigszins 20.34-30 20-25
21.26-21 25x23 22.21x32 en er dreigt hel en verdoemenis. Na 22...14-20 23.33-29
is de stand materieel gezien weer gelijk.
Een belangrijke finesse zien we in diagram 2. Wit dreigt af te wikkelen met 24-19 en 29-24x21. Volgens Anatoli heeft hij daarna gemakkelijker spel. Zwart kan deze wending eruit halen met de terugruil 13-19x9. Na 30-24 is het voor de hand liggende 9-13 geen succes. Wit gaat verder met 40-35, 44-40 en 35-30 en heeft de laatste zet.
Zwart kan dit ondervangen met de opbouw (8-13) 40-35 (4-10) 35-30
en kan daarna het zetje (17-21) nemen (diagram 3). Dit zetje kan onder omstandigheden winnend zijn. Ook kan het
remise zijn. Hier is het zetje remise, vanwege (17-21x23x40x30x48) 18-12 (7x18)
38-33 (48x25) 33-28x4.
De omstandigheden, waarin de afwikkeling gewonnen is zijn gemakkelijk te reconstrueren. Het gaat om de vraag of er wel of niet een zwarte schijf op veld 3 staat. In beide partijen Berends - Luteijn en Meurs - Luteijn (met gewisselde kleuren) tijdens de wedstrijden voor het NK 2008 stond de kroonschijf er wel en was de witte dam er direct weer vanaf gegaan via 3-9 en 11-17.
Het
laatste tempo
Belangrijk in veel varianten is het laatste tempo. Een beroemd voorbeeld is de eerder behandelde partij Tsjizjow - Chmiel. De partij Capelle - Gantwarg is met name interessant omdat het antwoord geeft op een aantal prangende "what if"-vragen. Wat te doen als de aanvaller niet enthousiast naar veld 23 loopt. Antwoord: Dan kun je de voorpost op 24 onder de voet proberen te lopen.
Wat kun je je allemaal permitteren om de tempodwang beslissende betekenis te geven. In de diagramstand speelt zwart de schijnbaar draconische zet 5-10 en wint door tempodwang. In een totaal andere opening t.w. de NK-partij Luteijn - Baljakin komt de mogelijkheid veld 10 op een dergelijke wijze dicht te zetten ook aan de orde. In de partij Gantwarg - Meurs kwam het zelfs op het bord.
Gantwarg - Schwarzman
De
aanval tegen de voorpost speelt in veel posities een belangrijke rol. In de
partij Gantwarg - Schwarzman weet zwart zijn korte vleugel dusdanig te versterken,
dat in een situatie, waarin deze actie het 'enige plan' is, de aanval tot niets
leidt en wit aan het ontketende zwarte centrum ten onder gaat.
Ook
toont deze partij hoe wit op het cruciale moment de aangewezen zet mist om de
stand te laten kantelen. In diagram 5 beschikt wit om te profiteren van de
overladen zwarte korte vleugel over het verrassende 12.29-24 20x29 13.33x24 5-10
14.30-25 19x30 15.35x24 10-14 16.50-45 en 16...14-20 27.25x14 9x29 faalt op het
verrassende zetje 38-32 en 43-38x19x1 X. Zonder druk tegen 24 gaat de zwarte
stand aan de onspeelbare korte vleugel ten onder.
Rechts in diagram 6 een stand uit de partij Gantwarg - Jansen. Daar heeft wit eerder opgebouwd met 37-31 i.p.v. 37-32 om de zwarte korte vleugel effectiever in te kunnen sluiten en is door de dreiging 18-23x23 in grote problemen. Schwarzman in diagram 5 heeft om dit probleem te voorkomen de decentrale zet 20-25 langdurig uitgesteld om dit soort problemen te vermijden. De remise die Anatoli tegen Gerard er nog uit wist te halen na 16.38-32 22-27 17.31x22 18x38 18.43x32 21-27 19.32x21 16x27 20.40-34 behoort volgens hem tot de wonderen van het spel.
Omsingelen van een incompleet centrum (geen schijf op 22)

Een
thema, dat ook een rol had kunnen spelen in de partij Gantwarg - Schwarzman zien we
in de laatste voorbeelden. Diagram 7 uit Gantwarg - N'Diaye is afkomstig uit
dezelfde opening als Gantwarg - Schwarzman en het begin van een totaal nieuw plan.
Normaliter spelen witspelers in dit soort standen blindelings 37-32 en na 21-27x27 doet zwart volop mee. Wit speelt hier echter 12.37-31 gevolgd door 42-37. Dat dreigt met een een om twee. Daardoor kan zwart de broodnodige aanval tegen schijf 24 niet doorzetten en moet hij spitsroeden lopen in het centrum.
Zwart begint in diagram 8 dapper aan deze opgave via 15...23-28 16.33x22 17x28 17.26x17 11x22. Dat kan omdat de achterloop 38-32 faalt op 22-27 en 18-23x47. In de partij volgde 18.31-27 22x31 19.36x27 9-14 (gedwongen) 20.38-32 28-33 en wist te overleven.
Watoetin - Thijssen
Tijdens het jongste Bijlmertoernooi kwam in de partij
Watoetin - Thijssen eenzelfde soort plan
op het bord. Echter daar was het de aanvaller, die het laatste tempo leek te
hebben. Anatoli Gantwarg betoogt evenwel steeds dat er in elke stelling
meerdere plannen zijn. Je moet dan vloeiend overschakelen van het ene plan naar
het andere.
De
omsingelaar ruilde dan ook simpel naar het centrum met 19-23x23, nam de aanval
over en profiteerde van de verzwakkingen in het achterland van zijn
tegenstander. Feitelijk vond er een overgang plaats van het schema uit Gantwarg - N'Diaye naar
Gantwarg - Schwarzman.
Helaas verzuimde hij door te drukken. Het enige plan voor wit in diagram 9 is de herhaalde aanval over veld 32. Dit kun je blokkeren als je erin slaagt schijf 2 voor de verdediging van de voorpost te benutten. Via 21...11-16 22.37-32 2-7 kan zwart de oversteek van een extra verdediger realiseren, waarna zijn centrum gaat werken.
Lang geleden hield Anatoli het plan feitelijk ten doop tegen Jannes van der Wal. Daar reageerde de zwartspeler buitengewoon actief met de afwikkeling 14...25-30 15.34x14 23x45 16.14-9 21-27 17.31x22 18x27 18.9x18 12x23. Wat verrast door deze afwikkeling reageerde wit niet juist en liet zijn tegenstander het initiatief weer overnemen. In Gantwarg - Tsjizow tenslotte is zwart zijn tegenstander net te snel af en doet de uitval naar 28 op het vroegst mogelijke moment. Het wordt geen succes, maar hij weet nog te ontsnappen.

Flankspel zonder het steunpunt op veld 2
Schwarzman
verdiepte zich nadrukkelijk in de mogelijkheden om met zwart in de 32-28
17-22x22 opening via het opspelen van schijf 2 scherp spel op het bord te
krijgen. Naast de in masterclass 12 behandelde vlijmscherpe Roozenburg variant kwam hij met een idee voor een
flankspelvariant, waar zwart brutaalweg beide essentieel geachte steunschijven 2
en 4 vroegtijdig in de strijd gooit.
In Delft begint hij dit opmerkelijke avontuur met zijn partij tegen Samb. Daarna gaat het verder tegen Prosman en Tantsikoezjina. In de partij met Kloosterziel wijkt de witspeler af van de logische variant met 35-30-24. Een belangrijke partij is van Aalten - Clerc uit de clubcompetitie. Een belangrijk verschil is dat wit zich daar opstelt met 48 op 41. Dat geeft als extraatje de damgeefcombinatie naar 48 (trampoline). Zie het partijenoverzicht.
