Schiedam - Zowel het eerste als het tweede hadden een productieve middag tegen CEMA en het Westland. Maar erg best werd er niet gespeeld. CEMA en Westland verwachtten kennelijk geen wedstrijdpunten uit deze duels. Meerdere partijen gingen verloren door gebrek aan concentratie. Zelf moest ik tegen grootmeester Sekongo. Deze had zijn dag niet, want hij kwam straal verloren te staan. Juist op het moment, dat ik moest toeslaan koos ik de verkeerde en kon als enige een nul noteren. Arnaud Cordier kwam ondertussen om de tijd de doden tot de laatste partijen remise gegeven waren met het onderstaande standje. Een schare van zeker een dozijn grootmeesters kwam er niet uit. Onderaan de oplossing.

Gantwarg behandelt de openingen tegenwoordig net iets anders dan anderen. Deze diagramstand is slechts 135 keer voorgekomen en past enigszins in het kader van de masterclass, die Anatoli ook morgen weer geeft in Delft.

Afgelopen keer behandelde hij standen, waarbij wit zich opstelt met een schijf op 27 om vervolgens de andere vleugel uit te putten. Zwart kan weinig doen tegen het stuk op 27 zonder het centrale thema van de eerste training 'tempowinst' tegen te komen. Elke keer dat zwart oploopt over 21 of 22 krijgt wit er twee tempi ontwikkelingsvoorsprong bij.

Tegenstander Erwin Heunen laat het niet aankomen op een langdurig strategische gevecht en speelt 4...20-25. Het resultaat is een Roozenburgachtige opstelling, waarbij schijf 23 onder druk wordt gezet. In dit soort stelling gaat het niet helemaal om niets. Als wit schijf 23 weet binnen te halen, dan heeft hij goede winstkansen. Als dat niet lukt, dan komt zwart in het voordeel. De staart 45,40,34,29,24 is geen geweldige opstelling voor wit als de stelling geopend wordt. Wit start de aanval met 16.33-28. Op alle andere zetten opent zwart de stelling met 21-27 en 23-28x16 en de witte korte vleugel heeft voorgoed een valse staart.

Na de eerste aanval met 33-28 moet wit eerst iets doen aan schijf 21 alvorens het achterlopen over 28 voortgezet kan worden. Met 42-37, en 46-41 wordt de dreiging 32-27x19 in de stand gebracht, zodat zwart naar de rand moet. Daarna gaat wit verder in het centrum.

Na de partij toonde Anatoli zich een beetje knorrig. In de diagramstand had hij meer dan een half uur besteed aan de gevolgen van 26.33-28 21-27 27.28x19 27x38 28.48-43 15-20 29.42x33 18-23 30.29x9 20x38 om vervolgens bij analyse te ontdekken, dat zijn tegenstander de mogelijkheid helemaal niet gezien had. Wit was van plan met 31.47-42 4x24 32.42x33 gevolgd door 33-29x28 en 34-30x29 verder te gaan met wat druk. Veel is het niet...

 

 

In diagram 4 heeft zwart hem onaangenaam verrast met de zet 33...8-12. De achterloop 34.33-28 is misschien nog speelbaar. De plakker 34...25-30 35.28x8 30x50 36.8-3 is beter voor wit in verband met de mogelijkheid 3-25 en 29-23x5. Maar veel vervelender is de wat onderschatte afwikkeling 34.33-28 13-19 35.24x1 25-30 36.29x7 30x50. Het eindspel met een schijf minder na 37.32-27 50x48 38.40-35 1x12 39.11-6 is wellicht houdbaar voor wit.

Na de partij werd onderzocht of 34.42-38 17-22 niet beter was, dan het gespeelde 34...17-21. Wit was van plan verder te gaan met 35.32-27 22x31 36.36x27 12-17 37.38-32 17-22 38.33-28 22x31 (22x33 is wellicht ook een idee)  39.28x8 2x13 40.44-39 10-14 41.39-33 met zetjes. Het schijnoffer 41...31-37 42.32x41 14-19 43.24-20 valt wat tegen voor zwart. Rob Clerc vroeg zich ook af of wit in diagram 5 niet meer kan bereiken met 44-40, 33-29x29, 38-33 en 32-28. Hij kwam een heel eind tegen de andere grootmeesters.

 

Ron Heusdens houdt zich de laatste wedstrijden bezig met 'puntjes voor de club' tegen grootmeesters. De vorige ronde moest hij tegen Wadim Wirny. Ditmaal was Macodou Ndiaye  zijn tegenstander. Na enige zetten is een bekende opening op het bord gekomen. Op de damtheorie pagina van mijn persoonlijke site staan een aantal studies van deze opening.

Onder grootmeesters is de twee om twee naar veld 36 met 16-21 en 23-28x36 niet gebruikelijk. Ook 7.34-30 10-15 8.30-25 17-21 9.26x17 12x21 of 7.33-28 10-15 8.39-33 17-21x22x21 is uitvoerig bestudeerd.

 

Een interessant voorbeeld is de partij:

Tsjizjow,A. - Schwarzman,A. Wch blind Van Stigt Thans, 30-04-2005
1.31-26 19-23 2.36-31 14-19 3.41-36 10-14 4.46-41 5-10 5.31-27 20-24 6.36-31 15-20 7.33-28 10-15 8.39-33 17-21 9.26x17 11x22 10.28x17 12x21 11.33-28 21-26 12.38-33 6-11 13.42-38 11-17 14.41-36 17-21 15.47-42 8-12 16.44-39 2-8 17.34-30 7-11 18.30-25 12-17 19.39-34 1-6 20.34-29 23x34 21.40x29 17-22 22.28x17 11x22 23.50-44 6-11 24.44-39 8-12 25.49-44 3-8 26.45-40 4-10 27.40-34 24-30 28.35x24 19x30 29.44-40 20-24 30.29x20 15x24 31.40-35 11-17 32.34-29 22-28 33.33x11 24x44 34.35x24 16x7 35.27x16 44-50 36.24-20 10-15 37.31-27 15x24 38.37-31 26x28 39.43-39 50x33 40.38x20 12-17 41.42-38 13-19 42.20-15 19-24 43.36-31 8-12 44.31-26 24-29

Zwart zou later hebben gewonnen als hij zeker was geweest van de opstelling van zijn dammen. De ruil 9...17-21 in diagram 7 is 28 keer gespeeld. In vergelijking met 9...20-25 (27 keer) is deze zet wat interessanter.

Macodou reageert nogal flauw. De ruil (10.26x17 11x33 11.39x28 23-29 12.34x23 18x29) 13.40-34 is overigens 10 keer gespeeld. Een speler ging verder met 28-22. Vijf spelers deden 13.27-21x22. Een mogelijke ontwikkeling is dan 14...6-11 15.36-31 12-17 16.41-36 11-16 17.22x11 29-34x22.

De ontstane positie na de ruil 40-34x34 zou nog wat kunnen zijn voor wit als hij tijdig zijn korte vleugel zou kunnen consolideren (veld 33 sluiten). Ontwikkelingsvoorsprong kan dan een rol spelen. Echter zwart speelt meestal 20-25 en 14-20. Na bijvoorbeeld 43-39 en 48-43 neemt zwart 24-30, waardoor de zwakke schijf 35 blijft staan en de witte korte vleugel de genadeslag krijgt. Wit doet het wat beter, maar veel helpt het niet. De afwikkeling 27-22, 28-23 en 34-30 is het niet, hoewel de stand daarna simpel remise te houden is dank zij het aanknopingspunt op veld 28.

Anton van Berkel won vandaag weer eens een 'verloren' stelling. Dat verlorene viel dus nog wel mee. Maar tegenstander Brion Koullen voelde zich behoorlijk bestolen. Dit soort stellingen zijn bekend. Wit heeft zich hoog op de lange vleugel laten opsluiten. In ruil daarvoor heeft hij controle over het centrum.

Zwart kan niet met goed fatsoen 18-23 spelen, omdat na het slaan de zwarte korte vleugel nogal kaal is. Na 6-11 zit het zetje 28-22, 21-17 en 31-27x6 erin. Dat is niet altijd goed. Maar het is niet eenvoudig om voldoende vangstellingen operationeel te houden over langere tijd. Tenslotte dreigt wit zich te bevrijden met 27-22, zodra de formatie 28,33,39 beschikbaar is en er een schijf op 19 staat. Dat is bijvoorbeeld het geval na 35.42-38 14-20 36.27-22.

In de partij werd 35.39-34 gespeeld. Een wat statische zet. Anton gaf na de partij aan, dat zwart na 35...14-20 goed staat. Een variant kwam op het bord met 36.43-39 24-30 37.42-38 19-24 en de witte opsluiting is erger dan de zwarte. In de partij ruilde zwart 35.39-34 24-29 36.34x23 18x29. Dat is geen goede zet. In diagram 2 volgde de coup Napoleon: 37...3-8? 38.39-34 13-18 39.34x23 18x29 40.28-22, 21-17 en 26-21x2 X. Verrassend...

Patrick Casaril had het genoegen Alexander Schwarzman te treffen. Een stand is ontstaan, waar schijf 15 een beslissende rol dreigt te spelen. Als het steunpunt 27 onder de voet is gelopen, doet het stuk de rest van de partij niet meer mee. In principe is dat genoeg voor een grootmeester om te winnen. De actie tegen de witte lange vleugel werd ingeleid met de achterloop 19...17-21. Wit maakt de situatie daarna erger door met 20.42-37x28 het stuk te verplaatsen, waardoor zwart helemaal vrij spel krijgt op de korte vleugel.

In diagram 3 is de enige zinnige gedachte voor wit laten slaan naar veld 27. Helaas heeft hij geen geschikt tempo. Na 44-40x40 wordt de enige zwakte in de zwarte stelling opgelost. Sluiten met 38-32 is te scherp zelfs al zou het geen lange vleugel opsluiting ten gevolg hebben. Wel een idee is 19...17-21 20.42-37 21x32 21.38x27 gevolgd door 43-38, 37-32 etc. met een stevig bruggenhoofd op de lange vleugel.

In diagram 4 is te zien, waar het een zwartspeler om gaat. Hij heeft een overwegende opstelling ingenomen met de korte vleugel. Schijf 15 staat buitenspel. Schijf 35 komt tot leven, als blokkadeschijf. In de partij gaat het hard na 39.40-34 23-28. Van enige tegenspel op de witte korte vleugel is dan geen sprake meer. Iets beter is 39.38-33 (of 39.39-33 met wegruilen van schijf 35). De stand lijkt echter totaal hopeloos.

De partij van Rob Clerc eindigde helaas een beetje als een natte voetzoeker. Adiatou Ibrahim vergat op een bepaald moment een schijf, die op slag stond in veiligheid te brengen. Ook wet hij niet goed wat hij met onderhavige stelling aan moet. Wit heeft de velden 24 en 27 bezet en oefent aldus druk uit op het zwarte centrum. Het is evenwel niet beslissend. Het meest voor de hand ligt de herhaalde aanval over veld 19 om de witte korte vleugel tegen de rand te drukken.

De aanval tegen schijf 27 is een andere optie. Hier kan 17...17-22 nog niet vanwege 18.24-19 met schijfwinst. Echter wit heeft geen tempi om dat erin te houden. Het voorbereiden van deze aanval met 17...1-6 heeft het bezwaar van de afwikkeling uit diagram 2. Na 17...2-7 of 17...1-7 kunnen er naderhand combinatieve problemen ontstaan bij het doorzetten van de aanval over 22. Een idee is ook 17...17-21. De afwikkeling 18.27-22 is immers niet gevaarlijk. Als zwart eerst veld 7 sluit, dan komt het er niet meer van na 18...2-7 19.43-38! met allerlei wendingen.

De afwikkeling 18...17-22 19.37-31 etc. is opmerkelijk. De overblijvende stand is iets beter voor wit (als schijf 43 even naar 49 wordt gespeeld). Het is echter allemaal nog lang niet beslist. Zwart heeft geen stuk op 15, daardoor is het moeilijk om iets anders te doen dan het centrum te bezetten in afwachting van betere tijden. De zwarte verdediging is robuust. De hoeveelheid materiaal is flink geslonken. Na 27...43-49 28.40-35 49x40 29.35x44 heeft zwart de 'waterlinie', die bestaat uit de punten 13,14 en 22.

Ook Arnaud Cordier lokt zijn tegenstander Martijn van Gortel naar het randveld 15. De manier waarop zwart de opening behandeld met 1.32-28 16-21 2.33-29 20-25 3.39-33 21-26 4.37-32 26x37 5.42x31 17-22 6.28x17 11x22 7.44-39 15-20 kan ik wel mooi vinden. Zwart is schijf 16 kwijt dreigt met een hekstelling zonder dat er teveel ge´nvesteerd hoeft te worden, zoals in de oorspronkelijke varianten zonder 17-22x22.

In diagram 4 staat de witte korte vleugel niet echt lekker. Zwart dreigt op termijn met 14-19, 10-14 en 14-20x30 een opsluiting in te nemen. De oplossing met de zet 34-29 geeft zwart volledige controle over het centrum. Direct 12.39-33 is verhinderd door het zetje naar 50 via 12...22-28 etc. Wel kan wit proberen te wachten op betere tijden om 39-33 en 44-39x40 door te zetten. Ook is het toelaten van de opsluiting het overwegen waard.

Standen als diagram 5 spelen zich bij wijze van spreken vanzelf. Zwart heeft twee plannen. Hij kan de gaten dicht maken en 19-23x23 ruilen met aanval tegen punt 27 of hij neemt de afwikkeling uit de partij met 25-30 en 19-23, waardoor schijf 15 volledig ge´soleerd raakt.

De opmerkelijke zet 29...3-9 in diagram 6 is kennelijk bedoeld als voorbereiding tot de uitval 23-28x28 gevolgd door 18-22x22 met verovering van het centrum. Op 30.38-32 is de ruil 24-29x30 wellicht een probleem. Na 30.37-32 zit er een dam in, die niet helemaal gratis is. Truus adviseert eerst 1-6. Na 30...17-22 31.33-28 22x33 32.38x20 wordt de dam voor gelijkspel afgenomen. Het ruiltje 33-29x29 uit de partij is verschrikkelijk. Het stuurt de witte stukken helemaal de verkeerde kant uit. Zwart profiteert daarvan door de witte schijf op 27 in moeilijkheden te brengen met 11-16 en 17-21. Het zetje uit de partij is op slag uit. Echter het toelaten van de tussenloop op veld 31 is ook geen feest.

Zaterdag had ik de kans van mijn leven. Grootmeester Leopold Sekongo bungelde en had vanuit de diagramstand kansloos moeten verliezen. Hij speelde 41.37-32. Na 41...11-16 42.32x21 16x27 43.44-40 27-32 44.38x27 30-35 kan hij opgeven. Ook 43...13-19 44.38-33 27-32 45.33-29 14-20 is nogal winnend. Op 43.38-33 is de damzet 23-29, 14-20 en 13-19x49 toereikend. Als beginzet was ook 41.44-40 geen succes. Er volgt dan 41...23-28 42.37-32 28x37 43.31x42 30-35 44.38-33? 35x44 45.39x50 14-10 en 13-19 X.

Wit had zich nog kunnen redden in diagram 2 met 39.44-40. Het listige 39...23-28 40.40-35 28-32 41.35x24 32x43 wordt beantwoord met 42.39-33=. Na 39...30-35 40.38-33 35x44 41.39x50 is 27-32 verhinderd door het zetje 33-28 en 42-38. Daardoor staat wit niet minder.

 

 

Zwart heeft het centrum, maar enige behoedzaamheid is gewenst. In diagram 3 dreigt wit met 33-29x29. Door de hangende schijf op 9 is dat een probleem. Daarom moet zwart naar veld 30. Dit moet met een ruil gebeuren en bovenstaande remise toelaten, omdat na 25...24-30 26.33-29 30-35 27.42-37 wederom de schijf op 9 zwart fataal wordt.

Wit speelde eerst schijf 37 naar 31. Een alternatief is direct 34.49-44. Zwart kan dan verder gaan met 34...12-18. De afwikkeling 35.36-31, 26-21 en 33-29x6 kan beantwoord worden met 7-11 en 18-22x41 X.

In diagram 5 zou zwart graag de ontsnapping 33-29 uit de stand halen. De zet 19...15-20 werd onderzocht en verworpen, vanwege 20.28-23 18x29 21.34x23 13-18 en ik vreesde, dat de 35-30 iets zou zijn. Bij nader inzien is dat niet het geval. Zowel na direct 35-30 als eerst 49-44 is zwart aan zet. Als helemaal niets anders helpt, dan is 22-27 toch nog hoogst onaangenaam voor wit.

Geconcludeerd moet worden, dat wit een zet eerder 33-29 had moeten spelen om het vege lijf te redden. Na 19...15-20 20.49-44 10-15 21.33-29 is het opspelen van 49 een behoorlijk opoffering ten opzichte van de partijvariant.

In diagram 6 produceerde wit de opmerkelijke zet 12.47-41. Het nut van deze zet is mij niet geheel duidelijk geworden. Veel logischer is de uitval 12.29-24. Het antwoord 12.47-41 19-24 is logisch. Maar was gezien mijn remiseopdracht niet helemaal de bedoeling. Aandacht werd besteed aan de voortzetting 13.36-31 21-27 14.32x21 17x26 15.28x17 11x22 16.38-32. Ik was van plan te nemen met 16...22-28. Truus geeft aan, dat 16...24-30 effectiever is. Na 16.41-36 daarentegen valt het allemaal wat tegen. Hoewel 16...14-19 17.31-27 22x31 18.36x27 19-23 19.27-22 ook voor wit geen vetpot is.

 

Na 12.47-41 19-24 13.50-45 11-16 heb ik aandacht besteed aan de mogelijkheid 14.28-23. Ik meende dat 14...21-27 15.32x21 16x27 dan winnend was. Na 16.37-31 is de afwikkeling 27-32 en 20-25 onduidelijk. Echter 16...6-11 leek mij beter. Truus komt evenwel met 17.42-37 en de achterloop 17...13-19 faalt op 18.48-42 19x28 19.29-23 met schijfwinst. Erg prettig zijn de mogelijkheden ook niet voor wit als zwart geen 13-19 of 21-27x27 speelt.

Vroeger zou ik diagram 8 zonder aarzelen de ruil 11...19-23 hebben gespeeld. Tegenwoordig kijk ik daar altijd nog een tweede keer na. De vraag is wat te doen na 11...19-23 12.28x19 14x23 13.35-30 gevolgd door 40-35 of 30-24. Dat is nog erger, dan ik tijdens de partij al gezien had. Bijvoorbeeld 13...10-14 14.30-24 14-19 15.24x13 8x19 16.29-24 kost op zijn minst tijdelijk een schijf. Truus speelt weliswaar de ruil 19-23x23, maar ruilt zich daarna met 21-27x26 gevolgd door eventueel 22-27x17 een weg naar de remise.

De opening 1.32-28 17-22 2.28x17 12x21 speel ik normaliter niet. Alexander Schwarzman heeft mij wat uitgelegd, zodat het nu een optie is geworden. De reactie 3.31-27 is 659 keer gespeeld. Daarvan sloegen 401 witspelers naar 28 en 257 naar veld 27. Het is kennelijk een populaire opening. Je begrijpt niet waarom er nog witspelers zijn, die de ruil met het spelen van 1.32-28 nog toelaten.

Voor de statistiek kan nog opgemerkt worden dat er inmiddels 10206 partijen geopend zijn met 1.32-28 17-22 2.28x17 12x21. Ik heb ze deze week even allemaal nagespeeld. De negen mogelijke antwoorden zijn allemaal minstens 40 keer gespeeld. De ruil 31-27 komt op de 6e plaats. De meest witspelers doen 37-32 (3269). Daarna komt 31-26 met 3117 voorbeelden. Op 3.31-26 volgt vrijwel altijd 7-12. Daarbij is 2432 keer naar 21 geslagen en 594 keer naar 22.

Dirk van Schaik moest zaterdag tegen Eva Schalley-Minkina. We waren er niet gerust op. Eerder heeft hij tegen dames geen aansprekende resultaten weten te behalen. Desondanks staat hij in de diagramstand erg goed. Zwart probeerde overeind te blijven met 44...19-23 en dat lukte redelijk na 45.28x19 24x13. Aangegeven werd dat 45.30x19 vrijwel op slag uit is. Eerlijk gezegd vinden Truus en ik het ook dan niet meevallen om de partij te winnen.

 

De oplossing van de eerste diagramstand: 33-28, 22-17, 44-40, 47-41, 28-23, 37-31, 38-32 X.