(357638) Cordier,A. - Lemmen,J.
Barr. v.Stigt Thans-VBI, 22-03-2009


1.34-29 19-23 2.40-34 14-19 3.45-40 10-14 4.50-45 5-10 5.31-26 20-25 6.37-31 15-20 7.41-37 10-15 8.46-41 4-10 9.32-28 23x32 10.37x28 19-23 11.28x19 13x24 12.41-37 8-13 Dit is een overbekende hekstelling opening. Dit is het eerste moment, dat er een zinvolle afwijking mogelijk is.
[ De oudere zet is hier 12...9-13 Gantwarg is daar niet zo'n voorstander van. In de variant 13.37-32 14-19 14.42-37 10-14 15.47-41 heeft zwart geen prettig tempo. Met schijf 2 op 9 is dat tempo er wel. ]
13.37-32 2-8 14.42-37 14-19 Volgens Gantwarg is dit aangewezen voortzetting. De zwarte lange vleugel dient op deze wijze opgesteld te worden. Daar kun je het best vroeg mee beginnen.
[ Spelen op het erin houden van de Haarlemmer blijkt meestal niet bevredigend. 14...17-21 15.26x17 12x21 16.31-26 7-12 17.26x17 12x21 18.32-28 en schijf 10 dreigt achter te blijven, als het zetje 21-26 19.38-32 ( Niet algemeen bekend is de finesse 19.37-32 16-21 20.36-31 26x37 21.32x41 11-16 22.38-32 24-30 23.35x24 18-23 24.29x18 20x27 25.39-33 13x22 26.28x26 waarmee wit de opgesloten schijven op de velden 38,43, en 49 in beweging kan brengen.) 19...24-30 20.35x24 18-23 eruit is ]
15.47-41 10-14 16.32-27 Van deze zet gaat het grootste verrassingseffect uit. Wit heeft in deze stand twee speelbare zetten.
[ Nauwelijks speelbaar is 16.48-42 17-22
A) 17.32-28 12-17 en wit zit in een combinatienet.
B) De situatie is overigens niet helemaal duidelijk na 17.32-27 12-17 18.37-32 omdat de afwikkeling 16-21 ( De meeste zwartspelers spelen daarom 18...18-23 19.27x18 23x12) 19.27x16 18-23 20.29x27 24-29 21.34x23 19x48 22.27-22 17x28 23.33x22 beter is voor wit. ]
[ Iets populairder is 16.32-28 17-21 17.26x17 12x21 18.31-26 7-12 19.26x17 11x22 20.28x17 12x21 en er ontstaat een soortgelijke stelling als in de partij met een kleine tempo verschuiving. Het gaat te ver om een waarde oordeel te geven over het verschil. ]
16...17-21 17.26x17 12x32 18.37x28 16-21 19.41-37 21-26 20.37-32 26x37 21.32x41 11-16 22.41-37 16-21 Hierna gaat de partij als een nachtkaars uit.
[ Een idee is 22...7-12 De afwikkeling 23.28-22 ( Na 23.38-32 18-22 24.28x17 12x21 gaat de partij verder en is zwart verlost van de lastpak op veld 18.) 23...18x27 24.29-23 19x28 25.33x31 kan sterk beantwoord worden met 14-19 en wit heefte en aanzienlijk opbouwprobleempje ]
23.38-32 6-11 Zwart moet veld 12 openhouden in verband met de inbraak op veld 23. Evenwel diverse afwijkende opbouwen zijn mogelijk.
[ Een idee is 23...7-11 ]
24.43-38 21-26 Deze zet dwingt wit feitelijk een goed heenkomen te zoeken.
[ Je kunt proberen het spel gaande te houden met 24...11-16 25.48-42 8-12 en de prik op veld 23 dreigt nog eventjes niet ]
25.49-43 11-16 Dit is zo'n beetje de enige zet voor zwart. Na betreding van veld 12 prikt wit in op veld 23. 26.28-22 Wit neemt de benen. E zijn weinig voorbeelden van deze stand, omdat de zet 16.32-27 relatief zelden gespeeld wordt
[ In de partij Tsjizow - Koeperman volgde 26.48-42 7-11 27.32-27 11-17 28.27-22 18x27 29.28-23 19x28 30.33x31 24x33 31.39x28 ]
[ PrincipiŽler is de terugruil 26.37-31 26x37 27.32x41 als voorbereiding om ook schijf 43 naar het centrum te halen. Na 16-21 28.41-37 ( De poging 28.38-32 8-12 29.36-31 19-23 30.28x26 24-30 31.35x24 18-23 32.29x18 20x47 is geen succes) 28...8-12 heeft wit een opbouwprobleempje en zal waarschijnlijk toch tot 28-22 en 29-23x31 besluiten. ]
26...18x27 27.32x21 16x27 28.37-31 26x37 29.29-23 19x28 30.33x42 24-29 Zwart toont geen enkele ambitie.
[ Veel beter is 30...14-19 en wit heeft opbouwproblemen. Ook na de ruil 31.34-29 24x33 32.39x28 is de witte korte vleugel onevenwichtig en heeft zwart uitzicht op mooi klassiek spel of omsingeling. Tegen een grootmeester moet je daar natuurlijk niet al teveel van verwachten. ]
31.34x23 25-30 32.35x24 20x18 33.39-33 7-11 34.38-32 8-12 35.43-38 14-19 36.44-39 9-14 37.40-34 11-17 38.45-40 1-6 39.40-35 6-11 40.48-43 11-16 41.36-31
1-1 (1.49/1.52)