(450790) Gantwarg,A. (Anatoli) - Dolfing,M. (Martin)
v.Stigt Thans - Hijken, 19-01-2013


1.34-30 19-24 Tsja... 2.30x19 14x23 3.35-30 De zwarte opening hoort in de categorie 33-28 19-23x23. De zwartspeler geeft daarmee direct aan niet te willen spelen. De normale varianten vanuit de 32-28 19-23x23 opening zijn nu niet meer mogelijk voor wit. Dus wat te doen. Anatoli laat zich niet gek maken en speelt gewoon gezond verder. 13-19?! Zwart kiest voor het versterken van de lange vleugel. Dat ligt minder voor de hand, omdat door het ontbreken van een stuk op 35 het materiaal op de lange vleugel weinig 'direction' heeft. In de partij keert het stuk op 35 voorlopig niet meer terug.
[ Na het 'fraaiere' 3...10-14 4.30-25 14-19 5.25x14 9x20 6.40-34 5-10 7.34-30 10-14 8.30-25 4-9 is de zwarte schijvenverdeling behoorlijk verstoord, waardoor de illusie van een 'ideale' ontwikkeling een beetje verstoord wordt. ]
4.30-25 8-13 5.25x14 9x20 6.32-28 Wit activeert zijn lange vleugel. Tegen een zichtbaar onwillige tegenstander is het belangrijk ook de eigen ontwikkeling niet verwaarlozen. 23x32 7.37x28 2-8 8.41-37 17-22 9.28x17 12x21 De zogenaamde Russische ruil. Tegenwoordig weer modern. Zwart breekt af op een manier, dat hij zich geen ongewenste bindingen op het lijf haalt. Er zijn partijen geweest in het Russisch kampioenschap van veertig jaar geleden, waarin de spelers dit soort ruilen een half dozijn keer wisten te nemen om tien minuten later aan de bridge tafel te kunnen plaatsnemen. 10.46-41 Gantwarg laat zich niet van de wijs brengen en blijft een gezonde stelling nastreven.Kennelijk probeert hij een zware klassieke positie op het bord te krijgen, die menigmaal in de masterclass besproken is. Daartoe is schijf 47 belangrijk. Immers op het cruciale moment van de partij als zwart de complete korte vleugel heeft volgezet, is de dubbele ruil 37-31x31 (21-26) 47-42x31 cruciaal voor wit om niet onder de voet gelopen te worden en een mooie klassieke positie te bereiken.
[ In een partij van Tsjizjow tegen Provoost volgde 10.37-32 dat kan tot gevolg hebben, dat wit via 21-26 ( Er werd 10...7-12 gespeeld.) 11.33-28 26x37 12.42x31 16-21 13.46-41 21-26 14.41-37 een wat overontwikkelde lange vleugel krijgt. ]
10...4-9 Zwart besluit het zijn tegenstander niet moeilijk te maken.
[ Dat zou wel het geval zijn na 10...21-26 11.31-27 7-12 12.37-32 26-31 13.27-21 16x27 14.32x21 11-17 15.36x27 17x26 en wit heeft een wat overontwikkelde lange vleugel. Evenwel doordat de zwarte korte vleugel ook al flink gedund is, hoeft hij de aanval over veld 22 niet echt te vrezen. ]
11.31-27?! Een opmerkelijke beslissing. Ook de vorige wedstrijd zagen we deze manoeuvre van een grootmeester. Hij wil de volledige controle over veld 27 zonder gehinderd te worden door een stuk op 26.
[ De normale opbouw is 11.37-32 21-26 12.41-37 7-12 13.33-28 en wit heeft een mooie klassieke positie, maar met weinig dynamiek. Pas nadat de zwarte aanval tegen de witte lange vleugel is geluwd komen de kansen. ]
11...21x32 12.38x27 10-14 13.43-38 7-12 14.49-43 11-17 15.40-34 5-10 16.45-40 19-23 17.37-32 20-24 Zwart gaat andermaals breken.
[ Na 17...14-19 18.33-28 6-11 19.39-33 1-6 20.44-39 10-14 21.41-37 17-21 ontstaat een interessante klassieke positie, waarbij de witte structuur lijkt op datgene, die veelvuldig op de masterclass is behandeld. De stand is niet per definitie slechter voor zwart, maar vereist veel en langdurig rekenen. Niet de meest geeigende manier om aan een simpele remise te komen. ]
18.41-37
[ Op 18.33-28 is de zwarte bedoeling 24-29! 19.28x19 14x23 en wit komt niet meer tot een beschaafde omsingeling van de zwarte voorpost. ]
[ Wel een alternatief is 18.33-29 24x33 19.39x19 14x23 en er ontstaat een soort half open klassieke omsingeling, waarin beide spelers vanzelfsprekend aanmerkelijk minder ambitieus opgesteld staan, dan gebruikelijk is vanuit de 31-27 18-23 opening. ]
18...24-29 19.33x24 23-28 20.32x23 18x20 21.38-32 12-18 22.43-38 14-19 23.27-22?! Wit haakt af resp. gaat spelen tegen de matige opstelling van de zwarte korte vleugel. De schijven 6 en 16 staan niet lekker. 18x27 24.32x12 8x17 25.39-33 10-14
[ Via de oversteek 25...16-21 26.36-31 21-26 kan zwart wat doen aan het probleem op de korte vleugel. Wellicht wordt schijf 17 dan de volgende zwakte in de zware stand. ]
26.36-31 6-11 27.38-32 13-18 28.31-27
[ 28.33-28 18-22 29.48-43 22x33 30.43-39 ]
28...17-22?! Zwart besluit koste wat het kost iets te doen aan de zwaktes aan de korte vleugel. De kromme formatie 16,17,11 is volgens hem kennelijk erger, dan een zwak stuk op veld 22. 29.37-31 19-23 30.44-39 14-19 31.50-44 11-17 32.33-28 Wit neemt andermaals een klassieke opstelling in. Wederom worden de zwaktes op de zwarte korte vleugel een bron van zorg. 22x33 33.39x28 20-24 34.42-38 1-7 35.31-26 7-12 36.40-35 Wit wil de boel gesloten houden.
[ Via 36.48-43 gevolgd door 27-21x21x27 kan hij afwikkelen naar een afspel, waarin hij potentieel gezien een doorbraak heeft tegen de zwarte korte vleugel. Bekend is evenwel, dat deze doorbraak meestal te laat resp. moeilijk te realiseren is. Hij kost immers een schijf en zwart kan vaak terugofferen met 12-17. Wanneer de doorbraak wel mogelijk is, kampt de witte dam vaak met weinig bewegingsvrijheid. Zwart kan namelijk tamelijk eenvoudig vangstellingen in de stand houden met de lange vleugel. Tegen een grootmeester is een dergelijk plan feitelijk zinloos. ]
36...15-20 Zwart negeert de dreiging 48-43 en 27-21x21 voorlopig om nog wat vuiltjes weg te werken aan de eigen lange vleugel. 37.44-39 20-25 38.48-43 9-13 39.47-42
[ Vanzelfsprekend heeft het open van de stelling via 39.27-21 16x27 40.32x21 23x32 41.38x27 geen enkele zin, omdat zwart reageert met 24-30 42.35x24 19x30 waarna zijn aanval minstens zo hart loopt als die van wit. ]
39...3-8 40.34-30 Wit laat de remise via de ruil 24-30x30x24 vanzelfsprekend niet toe. 25x34 41.39x30 23-29! Dit is de klassieke reactie. Zwart zoekt expansie over de kerkhof. Doordat wit onvoldoende materiaal heeft aan de korte vleugel, kan hij dat niet goed afstraffen. Het stuk op veld 29 garandeert zwart daardoor feitelijk de laatste zet. Ook heeft wit niets aan de ruil 27-21x21, vanwege 18-22 met schijfverlies. In sommige varianten bevrijdt zwart zich met het offer van Dussaut (16-21 gevolgd door 18-22).
[ Na 41...17-21 42.26x17 12x21 43.42-37 heeft zwart een wat onplezierige stand. Immers er ontbreekt een stuk 14 en het stuk op 18 ontneemt zijn stand dynamiek. Overigens ziet de computer ook in deze stand geen serieuze gevaren voor zwart. Hij komt met 8-12 ( Niet goed is direct 43...23-29 vanwege 44.28-23 19x28 45.32x3 21x41 46.30x8 en wit heeft een zeer goed eindspel.) 44.43-39 23-29 45.28-23 19x28 46.30x26 18-22 47.32x34 22x44= ]
42.42-37 18-23
[ Het offer van Dussaut 42...16-21 43.27x16 18-22 is hier weinig efectief, vanwege 44.28-23 29x18 en zwart heeft weinig bewegingsvrijheid, terwijl hij moet blijven letten op potentiele doorbraken van wit tegen zijn korte vleugel. ]
43.43-39 Dit is de enige zet, die nog wat kan doen. 29-34 44.30-25 34x43 45.38x49 13-18 46.49-44 17-21 47.26x17 12x21 48.44-39 8-12 49.39-34 12-17 50.34-30 23-29
[ Na 50...21-26 51.25-20 24x15 52.30-24 19x30 53.35x24 heeft zwart geen geschikt tempo om te laten slaan. Na de typische computerzet 23-29?! ( Ook het afspel 53...17-21 54.28x19 18-22 55.27x18 21-27 56.32x21 16x27 geeft wit geen serieuze winstkansen.) 54.24x33 15-20 55.33-29 is het remise door 16-21 56.27x16 18-22 57.28-23 22-28 58.23-18 26-31 ]
51.28-23
1-1 (2.06/1.57)