(683029) Bos,Arno - Heusdens,Ron
Lunteren - van Stigt Thans, 12-11-2016


1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.34-29 1-7 5.46-41 20-25!? Via een omweg is een bekende stand op het bord gekomen. Deze zet staat in een kwade reuk, omdat het lastig is voor zwart om tot actief spel te komen. Ron heeft daar echter een geheel eigen oplossing voor gevonden.
[ Gebruikelijker is 5...19-23! Er ontstaat dan een bekende positie, die uit tal van openingen op het bord kan komen. De ruil wisselt de voorzet en geeft wit een groot aantal keuzen. Keuzes impliceert fouten maken. Zeker bij grote Elo-verschillen betaalt zich dat uit. ]
6.39-34 Deze zet wordt in de helft van de partijen gespeeld.
[ 6.40-34 geeft meestal een vergelijkbaar resultaat. ]
[ Met 6.29-24 19x30 7.35x24 ontstaat een overgang naar de Burgerhoutvariant: 14-20 8.39-34 20x29 9.34x23 18x29 10.33x24 22x33 11.38x29 etc. ]
6...22-27 Deze zet is niet helemaal een vreemde eend in de bijt. Maar hij is slechts 220 keer gespeeld tegenover 1600 keer 19-23x23. Deze ruil is mogelijk in meerdere openingen. Vroeger gold hij als weinig ondernemend. De hangende schijf op 41 geeft wit echter wat lastige opbouwprobleempjes. Dus onder omstandigheden is het een interessante mogelijkheid. Je kunt je een beetje afvragen of dit wel een geschikte tegenstander is voor een dergelijk experiment. 7.31x22 18x27 8.32x21 17x26 9.44-39 15-20 10.37-32 11-17 Zwart wil een onvoltooide hekstelling. Het staat wat anders, dan in de Bronstringhekstelling vanuit de 32-28 18-23 33-29x28 20-25 opening. Maar dezelfde principes zijn mogelijk. Vermoedelijk is de witte stand volkomen in orde. Ongeacht wat hij doet. Een overgang naar een echte hekstelling is voor zwart zelden kansrijk, omdat hij teveel materiaal op de lange vleugel heeft staan. De Bronstringhekstelling is in principe ook altijd beter voor wit.
[ Hij wil de ruil 10...19-24 11.34-30 25x23 12.28x30 niet toelaten. ]
11.41-37 17-22 12.28x17 12x21 13.29-24!? Zwart dreigt nu wel degelijk met 19-24 een onvoltooide hekstelling in te nemen. Vandaar dat wit bereid is om een hachelijk avontuur te beginnen over veld 24. Echter gewoon verderspelen komt even zeer in aanmerking.
[ Een schema als 13.32-28! 19-24 14.36-31 14-19 is volkomen in orde voor wit. Hij moet kiezen: 15.37-32 (15.38-32) 15...26x37 16.42x31 (16.32x41) ]
13...20x29 14.33x24 19x30 15.35x24 14-19 16.40-35 19x30 17.35x24 10-14 Zwart geeft zijn tegenstander de kans om te ontsnappen naar veld 15. Het is een kwestie van smaak. De zwarte stand heeft de goede richting, maar er is nog niets beslist (Gantwarg). In de partij is het resultaat voor zwart teleurstellend. Maar andere plannen met bv. 10-15 zouden best eens kunnen leiden tot een goede aanvalsstand voor wit. Het zwarte materiaal op de korte vleugel staat weinig actief. 18.24-20 7-11 19.38-33 13-18 In de partij zet wit rigoureus de aanval in met de lange vleugel om het veld 27 onder controle te brengen. Dat blijkt te lukken. Ron wordt kennelijk wat verrast door zoveel daadkracht.
[ Dit specifieke plan kun je voorkomen met 19...14-19 20.20-15 5-10 gevolgd door 10-14 (of 9-14) afhankelijk van waar je daarna naartoe wilt. Gantwarg noemde het probleem op de masterclass. Zowel hij als de computer schatten de stand in als volkomen gelijkwaardig. ]
20.20-15 8-13 21.50-44 5-10 22.33-28 14-19
[ Objectief gezien is de hergroepering 22...21-27 23.32x21 26x17 een betere methode om wit onder druk te zetten. Als zwartspeler doe je dat niet graag. ]
23.37-31?! Weinig verfijnd, maar naar blijkt behoorlijk effectief. 26x37 24.42x31 10-14 Hierna pakt wit veld 30.
[ Dat kun je verhinderen met 24...19-24! Zwart heeft dan meer mogelijkheden dan in de partij. Gantwarg heeft er wel eens op gewezen, dat bij het klassiek uitspelen van dit soort standen de tempoverhouding een belangrijke rol speelt. De ruil 37-31x31, die wit zojuist heeft genomen is voor klassiek uitspelen geen beste. ]
25.34-30! 25x34 26.39x30 Voortvarend... Zwart is nu volkomen ingesloten. Hij heeft een mooie direction, maar kan dat eigenlijk nauwelijks verzilveren, zoals blijkt in de partij. 21-26 27.47-42 26x37 28.42x31 16-21!? Het klassieke dilhemma. Zwart activeert een in principe overtollige schijf aan de vleugel, waar hij moet spelen. Dat is zelden een goed plan. Het kost tempi en straks moet veld 16 weer bezet worden. Hij hoopt zijn tegenstander te verleiden tot de terugtocht. Maar staat met lege handen als deze dat niet doet.
[ Beter is direct 28...18-22! 29.28x17 11x22 Dat dreigt enigszins met 22-28x28. Na 32-27 laat zwart vaznelfsprekend slaan. Op 30.31-27 22x31 31.36x27 is de witte lange vleugel erg dun. Daar zou iets mee mogelijk moeten zijn. ]
29.44-39 21-26 30.31-27! Voortvarend !!! 2-8
[ Na 30...18-22 31.28x17 11x31 32.36x27 staat schijf 27 er voor eeuwig. ]
31.49-44 8-12 32.43-38 3-8 33.39-33 Wit zou zijn centrum graag sterk houden. Dat is niet eenvoudig te realiseren.
[ 33.48-42? 11-16 34.42-37 26-31 35.37x26 18-22 36.27x7 8-12 37.7x18 13x42 ]
33...11-16 34.36-31 Noodzakelijk.
[ 34.48-42? 26-31! ]
34...26x37 35.32x41 6-11 36.41-37 11-17 37.37-32 17-22 38.28x17 12x21 39.33-28 8-12 40.44-39 12-17 41.39-33 18-22 42.27x18 13x22 UIteindelijk is zwart erin geslaagd met witte steunpunt 27 te elimineren. Echter het materiaal is nu dusdanig gedund, dat winst onwaarschijnlijk is. Temeer daar wit het centrum heeft. 43.48-42 21-26 44.45-40 16-21 45.42-37 22-27 46.40-34 27-31 47.34-29 31x42 48.38x47 26-31 49.29-24 9-13 50.33-29 21-26 51.30-25 19x30 52.25x34 17-21 53.29-23 Haalt de dynamiek uit de stand.
[ Weinig verschil maakt 53.34-30 21-27 54.32x21 26x17 ]
53...21-27 54.32x21 26x17 55.34-30 31-36 56.30-24 17-21 57.28-22 21-27 58.22x31 36x27 59.24-19 13x24 60.23-18 27-32 61.18-12 32-38 62.12-8 38-43 63.8-3 14-19 64.3-20
1-1 (0.04/0.31)