(683922) Gantvarg,Anatoli - Verhagen,Guido
van Stigt Thans - SNA, 26-11-2016
1.34-30
17-21
2.40-34
21-26
Een duidelijk verschillende benadering van de spelers in deze symmtrische opening. Wit wil zo veel mogelijk spanningen en zwart zo weinig mogelijk. Spelen op veld 26 heeft als consequentie, dat wit een stuk op 23 of 21 naar voren kan afruilen met zes tempi winst in ontwikkeling. Zwart daarentegen kan met 20-25 zijn tegenstander tot avonturen over veld 24 dwingen. Het is meer dan 700 keer voorgekomen. 3.44-40
11-17
4.50-44
6-11
Dit is de vaakst gespeelde zet.
[ De zet 4...7-11
zou wat ontmoedigend kunnen werken op het vervolg 32-28. ]
5.34-29
Wit is uitgespeeld en moet een belangrijke beslissing nemen. De helft van de witspelers deed hier 32-28. Dat bederft het effect een beetje, maar is zondermeer een gezonde zet. Een kwart berustte in symmetrie met 30-25.
[ Zelf heb ik 5.32-28
ook gespeeld. Het ging in correspondentiepartijen verder met 20-25
6.30-24
19x30
7.35x24
en er ontstaat iets wat lijkt op een Vossysteem. Wit kan op de volgende zet vereiste ondersteunende tempi pakken met 37-32x32. ]
5...19-23
Een weinig gespeelde voortzetting.
[ Normaal is 5...20-24
6.29x20
14x34
7.39x30
(7.40x29!?)
]
[ Een potentieel lastige zet is 5...20-25
Wit is nog niet klaar voor de opstoot naar veld 24 met 6.30-24
( Vrijwel iedereen doet 6.29-24
25x34
7.39x30
en vroeg of laat is de hergroepering 30-25x34 onvermijdelijk. Zwart staat daarna flink voor in ontwikkeling.) 6...19x30
7.35x24
in verband met de tempi. Een gezonde voorpost vereist tenminste twee tempi ontwikkelingsvoorsprong. ]
6.40-34
14-19
[ In de helft van de partijen is 6...20-25
gespeeld. Je kunt dan de ruil 32-28xx28 verwachten eventueel voorbereid met 44-40. ]
7.44-40
[ Kees Thijssen heeft een keer 7.32-28
23x32
8.37x28
26x37
9.41x32
gedaan. Het ging verder met 19-24
10.30x19
13x24
en wit was vanzelfsprekend tevreden. ]
7...1-6
8.49-44
Wit gooit het laatste tempo in de strijd. 10-14
Hier is vrijwel uitsluitend 17-21 of 17-22 gespeeld. 9.32-28
Een lastige beslissing hoe verder te gaan. Er zijn allerlei potentiële voortzettingen.
[ De stand na 9.30-25
4-10
is voorgekomen. Wit heeft eigenlijk geen echt goed vervolg. ]
[ Een ander idee is 9.30-24
19x30
10.35x24
Wit is waarschijnlijk wel tevreden na 14-19
( Het idee 10...4-10
gevolgd door 14-19 en naar het centrum slaan, geeft wit de gelegenheid zich los te ruilen met 11.32-28
23x32
12.37x28
26x37
13.41x32)
11.40-35
(11.32-28
19x30
12.34x14)
11...19x30
12.34x14
23x34
13.39x30
9x20
Hoewel er nu wel een zet gevonden moet worden. De achterloop 30-25? is verhinderd. Na 14.44-39
20-25
heeft wit geen geschikt tempo om te laten slaan. ]
9...23x32
10.37x28
26x37
11.41x32
16-21!?
Deze stand is nooit eerder voorgekomen. Het nut van deze oversteek wordt overschat. Het ontwikkelen van schijf 16 is alleen nuttig als zwart spel zou hebben op de lange vleugel. In het andere geval kost het gewoon twee of meer tempi.
[ Met 11...20-24!?
12.29x20
15x24
zou zwart kunnen proberen het spel op de lange vleugel te creëren. Dat is nogal riskant met deze tempoverhoudingen. Het gaat dan om de aanval over veld 29. ]
[ Zwart kan berusten in het huidige spelbeeld met 11...17-21
12.46-41
( Na 12.36-31
is 20-24
13.29x20
15x24
wellicht wel een idee. Bv 14.42-37
5-10
15.30-25
10-15
16.34-30!?
18-23
17.39-34
14-20
18.25x14
9x20
19.44-39
20-25
20.34-29
23x34
21.40x20
25x34
22.39x30
15x24)
12...11-17
13.41-37
18-22
en een grootschalige omsingeling proberen. Wit kan zich niet zomaar bevrijden resp. onttrekken aan deze omsingeling. Zetten als 30-24x24, 30-24x25 of 30-25 zijn geen echte weerlegging van het zwarte plan. ]
12.36-31
Weinig subtiel. Gantwarg wil nog eens vier tempi in de knip alvorens echt in de aanval te gaan.
[ Na 12.46-41
11-16
( Het voor de hand liggende verloop 12...21-26
13.41-37
17-22
14.28x17
11x22
geeft wit een blijvend overwicht. Zeker als zwart op een gegeven moment de terugruil 22-27x17 doet.) 13.41-37
18-22
hebben we de stand van zojuist. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs minder te zijn voor zwart. ]
12...21-26
[ Het moge duidelijk zijn, dat nu 12...11-16
13.31-26
minder voor de hand liggend is. ]
13.30-24
19x30
14.35x24
26x37
15.42x31
5-10!?
Een merkwaardige zet. Zwart beschikt dank zij schijf 5 potentieel gezien over de formatie 5,10,14 om de witte voorpost onder druk te zetten. Ook heeft hij zonder schijf 10 later de hergroepering 14-19x9 resp. 14-19x20. Wanneer 5-10 nodig zou zijn, dan kan hij over tien zetten ook nog. Nu heeft hij zich gebonden aan de aanval tegen schijf 24. Als deze mislukt, dan wordt hij overspeeld. Het trampoline plan van Gantwarg is alleen van toepassing in standen met ongeveer gelijke tempi.
[ Voor de hand liggend is 15...17-21!
Dat verhindert 46-41 door een zetje. Na 16.47-42
21-26
heeft wit geen eenvoudig tempo om te laten slaan. ]
16.46-41
20-25
17.41-37
17-22
Zwart probeert zich uit de problemen te ruilen. Er ontstaat een soort open Roozenburg. Gantwarg is een liefhebber van het witte spel.
[ Plannen als 17...17-21
18.31-26
11-16
19.26x17
12x21
zijn wel geprobeert met gewisselde kleuren in de 32-28 17-22x22 opening. Het is nogal scherp. Een mogelijkheid is 20.28-23
8-12!?
( De verzwakking van het zwarte centrum met 20...7-11
21.23x12
8x17
is de bedoeling van wit.) 21.47-41
3-8
met de bedoeling een trampoline te spelen. Echter wit heeft 22.32-27!
21x32
23.38x27
met verovering van het belangrijke steunpunt 27. Dat is iets wat je bij een trampoline niet kunt tolereren als zwartspeler. ]
18.28x17
11x22
19.48-42
14-20
20.33-28
Hiermee ontstaat de kenmerkende formatie voor een open Roozenburg. Het open veld 33 geeft de witte stelling flexibiliteit. Dank zij een overvloed aan tempi hoeft wit niet te vrezen voor zijn voorpost. 22x33
21.39x28
18-22
22.28x17
12x21
23.44-39!?
Gantwarg offert een verdediger van de korte vleugel op t.b.v. wendingen ingeleid met 34-30. Hij hoopt, dat zwart zoals in de partij hem verlost van overtollig materiaal op de korte vleugel via een achterloop over veld 19 en dat hij daarna massief in het centrum kan blijven.
[ Een wat rustiger aanpak is 23.43-39!
Ook dan zou zwart een omsingeling kunnen proberen met 7-12, 13-18, 9-13 etc. Het zal niet meevallen om schijf 4 erlangs te brengen. Normaliter heeft hij geen andere keus dan de aanval over veld 19. Dat doet wonderen voor de efficiëntie van de witte korte vleugel. Ook is de uitwisseling uit de partij dan interessanter voor wit, omdat hij de zwarte schijf 35 niet hoeft te ruilen. ]
23...9-14
Zwart zet de aanval in.
[ De omsingeling via 23...7-12
gevolgd door 13-18, 9-13 etc. moet van ver komen. ]
[ De aanval ingeleid met 23...10-14
heeft als consequentie, dat er direct al de uitwisseling 24.38-33
14-19
A) 25.31-27
19x30
26.27x16
plaats kan vinden.
B) Speelbaar is 25.40-35
19x30
26.35x24
De voortzetting van de aanval tegen 24 via 4-10!?
( De verdediging 26...7-12
27.33-28
21-26
28.31-27
13-19
29.24x13
9x18
komt in aanmerking. Het moge duidelijk zijn, dat dit weinig aantrekkelijk is voor zwart, maar wit is ook niet echt blij.) 27.33-28
10-14
28.28-23
7-12
29.31-27
21-26
30.32-28
loopt niet erg. ]
24.38-33
Brengt de finesse 29-23 in de stand. Wit hoopt ermee in het beste geval veld 23 te pakken en de huidige opstelling van de zwarte lange vleugel te bestendigen. 7-12
[ 24...14-19?
25.29-23!
20x36
26.23x5
]
25.33-28
14-19
26.40-35
19x30
27.35x24
4-9
28.42-38
[ Wit kan proberen het centrum te consolideren via 28.28-23
12-18
29.23x12
8x17
30.31-27
( Ook ineffectief is 30.32-28
10-14
31.45-40
14-19
32.40-35
19x30
33.35x24
9-14
34.28-23
13-18
35.23x12
17x8)
30...10-14
31.27x16
6-11
32.16x7
2x11
en staat in principe evenals de partij met lege handen. ]
[ 28.31-27?
10-14
29.27x16
6-11
30.16x18
13x44
]
28...9-14
[ Met 28...10-14?!
kan zwart zijn stand direct bevrijden. De afwikkeling 29.34-30
25x23
30.28x10
15x4
31.24x15
komt hier i.v.m. het enorme temposaldo in aanmerking voor wit. In de meeste open Roozenburgstellingen met gelijke tempi is dat zelden het geval. Daar is het puur redden van het vege lijf. ]
29.38-33
Brengt andermaal de finesse 29-23 in de stand. 12-18
30.43-38
21-26
31.31-27
Een bekende finesse wordt in de stand gebracht.
[ De afwikkeling 31.45-40
14-19
32.31-27
19x30
33.29-23
18x29
34.33x35
is niet bijzonder aantrekkelijk voor wit. Dank zij de tempi is het nog wel iets gemakkelijker. ]
31...14-19
32.27-21
26x17
33.28-23
19x30
34.23x21
30-35
35.45-40
Wit besluit te ruilen. Hij wil geen bezoeker op veld 40. De partij is nu feitelijk remise.
[ 35.29-23?
13-18!
]
35...35x44
36.39x50
10-14
37.32-28
14-19
38.37-32
20-24
Zwart staat volgens de computer zelfs iets beter. Hierna wordt hij teruggedreven en komt wit opzetten.
[ Het witte centrum is erg statisch na 38...13-18!
]
39.29x20
15x24
40.47-42
8-12
41.42-37
12-18
42.34-29
2-8
43.29x20
25x14
44.32-27
[ Het voor de hand liggende 44.33-29
kampt met de zetten 14-20 resp. 6-11. ]
44...14-20
45.28-22
20-24
46.37-32
24-29
47.33x24
19x30
48.38-33
30-34
49.21-17
3-9
50.32-28
18-23
51.28x19
13x24
52.22-18
24-29
53.33x24
34-39
54.27-22
[ Na 54.18-12
heeft zwart naast de plakker 6-11 ook het afspel 39-43
55.12x14
43-49
56.27-22
49-35
57.24-20
35-13
met een typische computerremise. ]
[ Het afspel 54.27-21
39-43
55.18-12
43-49
56.12x14
49x16
ziet er voor de mens nog wel een beetje eng uit. De computer maakt het fluitend remise. Bv 57.17-12
(57.14-9
16-2
58.24-20
2-8)
57...16-38
58.24-19
38-21
59.12-7
21-3
]
54...39-43
55.18-12
8-13
[ De computer komt met 55...43-48
56.12x14
48-26
57.24-20
26x3
58.22-18
3-26
59.18-13
26-37
60.14-9
37-14
]
56.12-7
43-49
57.7-1
49-38
58.1-29
38-47
59.17-12
6-11
60.50-45
9-14
1-1 (0.02/0.02)