Halve finale van de Beker

 Home


 

 

Wim Bremmer               -  Frits Luteijn                  0-2

01.32-28 20-24  14.50-45 07-12  27.42-37 18*27  40.22*11 06*17
02.37-32 18-23  15.34-29 23*34  28.31*22 08-12  41.45-40 14-19
03.41-37 13-18  16.40*29 20-25  29.48-42 11-16  42.43-39 08-13
04.34-29 23*34  17.29*20 15*24  30.37-31 06-11  43.32-27 21*43
05.40*20 15*24  18.27-22 18*27  31.42-37 03-08  44.39*48 16-21
06.45-40 08-13  19.31*22 14-20  32.31-27 12-17  45.48-42 21-27
07.40-34 02-08  20.44-40 16-21  33.36-31 08-12  46.42-37 24-30
08.31-27 10-15  21.39-34 09-14  34.31-26 01-06  47.35*24 19*39
09.46-41 05-10  22.37-31 21-27  35.37-32 13-18  48.33*44 27-32
10.36-31 15-20  23.32*21 17*37  36.22*13 19*08
11.41-36 18-23  24.42*31 04-10  37.27-22 17-21
12.44-40 12-18  25.47-42 10-15  38.26*17 12*21
13.49-44 10-15  26.34-29 12-18  39.40-34 11-17

De opening 1.32-28  20-24 is natuurlijk in het voordeel van wit, maar dan moet je wel wat doen om dat zo te houden. De zet 2.37-32 stroomt niet over van ambitie. De ruil 4.34-29 geeft het witte voordeel direct al weer weg. Immers het extra stuk, dat wit in de opening van de lange vleugel extra wist te ontwikkelen, is dan al weer verdwenen. Een belangrijke misgreep van wit leek mij 13.49-44. Met direct 13.50-45 heeft hij veel meer plannen. In deze opening hebben beide spelers schijf 46 resp. 5 gespeeld. Dat heeft tot gevolg, dat de bomzet minder goed functioneert. Daarvan zou je kunnen proberen te profiteren met een keertje 34-30.

Ik zat mij in de tijd van mijn tegenstander langdurig af te vragen wat ik mij nog wel en niet zou kunnen permitteren na het aangewezen 13.50-45. Het stond bijvoorbeeld al direct voor mij vast, dat veld 26 alleen onder bijzonder omstandigheden voor zwart een optie zou kunnen zijn. Een ander voordeel van 50-45 is, dat wit een zet eerder op veld 29 kan ruilen en schijf 49 nog voor iets nuttigs kan gebruiken.

Na de betreding van de kerkhof door wit heb ik mogelijkheden (diagram 2). Evert Bronstring heeft dit speltype bestudeerd. Je moet oppassen met zwart voor de actie 44-40-34-30x30. Je hebt dan niets anders dan het afruilen van de kerkhofsruitschijf. Een ander probleem, waar je rekening mee moet houden is 44-40 gevolgd door 39-34. Er dreigen dan slagjes met 33-29x39, die de zwarte opbouw ernstig hinderen.  Een nuttige tussenzet is 16-21.

Ik zat met de vraag hoe al deze tegenstrijdige doelstellingen tegelijkertijd te realiseren. De beginzet 19...4-10 is veel te traag. Na 20.44-40 (gedwongen) is 20...10-15 niets, vanwege 21.39-34 met de dreiging (14-20?) 33-29x39. Na 20...14-20 is niet zozeer 21.36-31 met blokkade van 16-21, maar vooral 39-34 is heel erg hinderlijk. Er dreigt dan tevens een dam op 4.  Na het aangewezen (19...4-10 20.44-40) 16-21 is zowel 40-34 als 39-34 hinderlijk. Immers na 21.40-34 14-20 zit het zetje 33-29 erin. Met de partijvoortzetting 14-20!! slaag ik er wel in de boel rond te krijgen.

De zet 21.39-34 (diagram 3) is geen goede zet. Hij doet niets nuttigs tegen de zwarte plannen en zorgt ervoor, dat de stukken van de witte korte vleugel langdurig buiten spel blijven. Het enige aardige van 39-34 is, dat de Haarlemmer 24-30 en 19-23 verhinderd is. De opbouw met 40-34 is flexibeler. Maar het meest voor de hand liggen initiatieven op de lange vleugel als 36-31 (of ook 47-41). Op 21.36-31 heeft zwart niets anders dan 21-27x26, want 21...21-26? 22.31-27 en later 27-21 is natuurlijk rampzalig.

De voortzetting 22.37-31 (diagram 4) dwingt zwart om te ruilen en ontwikkelingsachterstand te accepteren. Immers 31-26 kan ik nauwelijks toelaten. Na 22..21-26 kan 23.22-18 met gunstige ruilen voor wit. Toch lijkt mij 22.36-31 logischer. Na 21-27x26 zijn er meerdere plannen voor wit (47-41). Met de zet 26.34-29 (diagram 5) was zwart best blij.

Hij dreigde met 24-29. Na 33x24  19x39  43x34 staan de witte stukken op de korte vleugel erg eenzaam, terwijl de kerkhofschijf een keertje afgeruild wordt voor gunstig klassieke ontwikkelingen. Beter leek mij 26.43-39. Ook dan ga ik werken aan de kerkhofschijf. De gedachte is, dat als de witte lange vleugel geŽlimineerd is de stukken op de witte korte vleugel geÔsoleerd raken. Na het gespeelde 26.34-29? ga ik de kerkhofschijf eveneens driftig gebruiken om de hekstelling inhoud te geven.

De kunst is om de boel op de lange vleugel uit te dunnen en daarna met 13-18 terug te ruilen. Helaas kan ik slechts eenmaal op schijf 22 lopen. Voor de rest ben ik aangewezen op het uiterste 'trage' plan uit de partij. Mijn tegenstander zag het geheel niet aankomen. Hij heeft diverse mogelijkheden om een spaak in het wiel te steken. Hij kan proberen te ruilen naar veld 17. Hij kan proberen uit te breken naar veld 18. Hij kan proberen een gezonde vuist te maken op de lange vleugel om na de terugruil 13-18 toe te slaan.

De zet 29.48-42 is traag. Ook de zet 32.31-27 is geen meesterwerk (diagram 6). Een idee zou kunnen zijn 32.37-32 (of 38-32)  12-17  33.22-18 13x22  34.32-27  1-7  35.17x18  8-12  36.29-23  17-22 en het moet allemaal maar kloppen voor zwart. Als wit niet 29.48-42? had gespeeld, dan was hij met al deze plannen zetten eerder geweest. Vrijwel een beslissende fout is 34.31-26 (diagram 7).

Nog steeds ziet wit de terugruil 13-18 niet aankomen. Achteraf bleek ook 34.38-32 te falen op 34...12-18, omdat zowel 43-38 als 43-39 een stuk kosten (dreiging 25-30-34 resp. 16-21). Maar 34.43-39 gevolgd door 40-34 zou de witte stand behoorlijk doen opknappen. Zwart moet het dan waarschijnlijk zoeken in 34.43-39 17-21 35.38-32 21-26 36.40-34 13-18 o.d. De enorme ontwikkeling voorsprong biedt kansen om uit te breken naar velden 17 of 18. De hekstelling blijft evenwel een permanent probleem zonder uitzicht op verbreking.

 

Na 34...1-6 (diagram 8) zag wit eindelijk de zwarte dreigingen. Naast de olympische formatie speelt ook damgeven op veld 2 een rol als wit na 13-18 weer naar de kerkhof wil. Veld 32 moet dicht. Een alternatief is 35.38-32  13-18  36.22x13  19x8  37.37-31 met dubbel dameshoedje. Het is niet eenvoudig om dat te weerleggen. Na 37...12-18 dacht ik eerst aan 38.43-38  14-19  39.29-23? en zwart staat erg goed. Beter is 38.43-39 en wit heeft het goede tempo. Ik heb ook gekeken naar 37...17-21x21. Maar dat kan gewoon niets zijn voor zwart.

Na 37.27-22 (diagram 9) is de ruil 17-21x21 de enige. Op zetten als 8-13 of 16-21 speelt wit 40-34! met voldoende dreigingen. De meeste ingeleid met 22-18. Iets meer verdediging had wit geboden met 39.28-23. De actie 39...8-12  40.32-27 21x32  41.38x27  12-17 wint alleen maar een schijf, maar winst is onwaarschijnlijk. Het moet dan komen van 39...11-17  40.22x11  6x17  41.32-27  21x32  42.38x27  17-21  43.27-22  14-19 etc. met doorbraak. Maar wit doet nog mee. Het gespeelde 39.40-34 is bedoeld om met de wending 32-27 de zwarte opbouw te storen. Echter 41...14-19 is te verschrikkelijk om toe te laten. Merk op, dat 43.29-23 17-22 etc. altijd tot tot een simpele overmacht leidt.

 

Volgende pagina