Code:
De eindstand:
1. F.C. Luteyn              9 5 2 1 1 0 14½
2. P.J. van der Stap        9 5 0 1 2 1 12
3. D. van Schaik jr.        9 4 0 3 0 2 11
4. F.C.H. Ivens             9 3 0 4 0 2 10
5. H. de Witt               9 2 2 3 1 1 10½
6. P. Stork                 9 2 0 4 0 3  8
7. A. Burgerhout            9 2 0 3 1 3  7½
8. G.E.F. van den Berg      9 2 1 1 1 4  7
9. J. van Galen             9 1 1 2 0 5  5½
10.R. Vogelaar              9 1 0 2 0 6  4

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

1

2

3

4

5

6

7

8

Tot

Pl

1. G. van den Berg

 

2

0

2

0

0

1

0

½

0

1

5

5

5

7

8

2. A. Burgerhout

0

 

2

1

½

2

0

1

1

0

0

2

7

3. J. van Galen

2

0

 

0

0

1

0

0

1

9

4. F. Ivens

0

1

2

 

1

1

0

2

2

1

2

4

4

6

7

8

9

10

10

5

5. F. Luteyn

2

2

1

 

2

2

2

½

2

4

6

7

9

11

12½

14½

1

6. D. van Schaik jr.

2

0

1

1

0

 

2

1

2

2

2

4

5

5

7

7

9

10

11

3

7. P. van der Stap

½

2

2

2

½

0

 

2

2

1

2

2

4

6

8

10½

11

12

2

8. P. Stork

1

1

2

0

0

1

0

 

2

1

0

1

3

3

5

5

6

7

8

6

9. R. Vogelaar

2

1

1

0

0

0

0

0

 

0

0

0

0

2

2

3

3

3

4

10

10. H.de Witt

2

½

1

0

1

1

2

 

½

2

10½

4

 

 

De discussie over de puntenoverwinning heeft de afgelopen tijd de emoties hoog doen oplopen. Zowel de voor als de tegenstanders van deze ingreep strijden met een verbetenheid voor hun gelijk, een betere zaak waardig. Dit jaar werd in de WHDB voor het eerst met de puntenoverwinning gespeeld.  De meeste spelers stelden zich vooraf gereserveerd op, maar wilden er geen punt van maken. Ook zelf had ik zo mijn twijfels. Inmiddels zijn deze grotendeels weggenomen. Het was gewoon een leuk en gezellig toernooi en de puntenoverwinning droeg behoorlijk bij aan de feestvreugde. De vrees, dat het karakter van het spel ingrijpend zou wijzigen, werd niet bewaarheid. Een groot aantal puntenoverwinningen vielen. Steeds werd tot enkele zetten voor het einde gewoon gespeeld voor de overwinning. Pas als bleek, dat dat er niet meer inzat, werd overgeschakeld naar de voordeelremise.

Met enige regelmaat komt de puntenoverwinning ter sprake tijdens discussies na afloop van de clubavond. Bij van Stigt Thans staat men er pragmatisch tegenover. Aanvankelijk vreesde ik, dat vooral de internationale spelers er niets in zouden zien. Inmiddels is mij gebleken door gesprekken met Anatoli Gantwarg en uit krantenberichten, dat de actieve internationale grootmeesters in grote meerderheid vóór een wijziging zijn. Zelfs spelers, die in hun gevecht met concurrenten wellicht nadeel ervan zouden ondervinden, tonen zich voorstander. Ze zijn professional en er moet brood op de plank komen. Interessante strijd is simpelweg hun broodwinning.

Merkwaardig genoeg wilden men tot voor kort de experimenten met puntenoverwinningen beperken tot de toptoernooien. Want bij andere wedstrijden zou het niet nodig zijn. Ook in de competitie zou de puntenoverwinning veel wedstrijden aanmerkelijk onderhoudender maken. Gesteld werd, dat het bij de jeugd een onnodige ingreep is. Daar vallen immers voldoende beslissingen en het zou moeilijk uit te leggen zijn. Het omgekeerde is het geval. Je kunt weliswaar niet verwachten, dat er veel puntenoverwinningen zullen vallen. Maar ongetwijfeld is een voordeelremise voor elke jeugdspeler volmaakt logisch. Je hebt voordeel dus je krijgt meer...

Een bron van zorg is voor mij de invoering. Er blijken grote tegenstellingen te bestaan tussen voor en tegenstanders. Aan een derde wereldoorlog heeft de dambond natuurlijk geen enkele behoefte. Ik denk, dat het huidige beleid van de bond om geen partij te kiezen, maar wel experimenten toe te staan de enige juiste keuze is. Bij het jongste experiment bij de WHDB bleken een groot aantal sceptici na afloop om. Als je meer van zulk soort experimenten doet, zullen steeds meer tegenstanders ondervinden, dat spelen met de voordeelremise het spel aardiger maakt. Binnen enkele jaren zal mijns inziens de oppositie vanzelf wegsmelten zonder dat de boel op de spits gedreven hoeft te worden.

Zelf had ik twee voordeelremises en een nadeelremise. De voordeelremise tegen Peter van der Stap besliste in feite het toernooi. De partij tegen Peter van der Stap was de enige 'remise', waarin ik niet gewonnen heb gestaan. Wit heeft in de diagramstand het ergste al weer gehad, maar enige zetten terug was de situatie nog erg zorgelijk.  In deze stand is de voortzetting 42.39-34! de enige. Na 42.33-28 23-29 staat zwart gewonnen. Het partijverloop:

42.39-34 9-14 43.33-28 14-20 44.38-33 4-9 45.30-25 9-14 46.43-39  7-11 47.34-30 23-29 48.26-21 17x26 49.28-22 18-23 50.22-18 11-17 51.18x7 17-22 52.27x18 23x1 53.32-27 1-7 54.33-38 29-34 55.30x39 24-29 56.39-34 29x40 57.35x44 20-24 58.38-33 7-12 59.44-40 12-18 60.28-22 18-23 61.22-17 14-20 62.25x14 9x20 63.40-34 23-29 64.34x23 24-30 65.23-19 30-35 66.19-13 35-40 67.13-8 40-44 68.8-3 44-50 69.27-22 50x28 70.22x33 26-31 71.3-12 met voordeelremise.

Zwart laat zich in het vervolg verrassen door het offer 26-21 en 28-22. Te samen met 40 minuten achterstand op de klok is, dat voldoende voor de beslissing. Rechts dreigt zwart met de twee om twee 18-22x42. Na 44.30-25 18-22 45.27x29 24x42 46.25x23 moet de remise diep komen. Het offer 44.26-21 17x26 45.28-22 46.26-31 27x36 (of?) is hooguit remise voor wit.

Na 44.38-33 zag zwart opeens met de vlag op vallen de dreiging 26-21 en 28-22. Echter 44...20-25 45.26-21 17x26 46.28-22 24-29 is nog gewoon een echte remise. Voor het offer en al zijn gevolgen kon ik rustig twintig minuten uittrekken. In een razend tempo werden de zetten 48 t/m 54 op het bord gebracht. Het tegenoffer 54...29-34 is niet onredelijk. De variant 54...7-12 55.38-32 12-17 56.27-21 17-22! 57.26-31 is waarschijnlijk nog remise. Iets beter is 54...7-12 55.38-32 12-18 36.28-22 18-23 37.22-17. Maar ook dan moet zwart vechten voor de remise.

Na 29-34 en 24-29 had ik nog tien minuten. Een grappig idee lijkt 56.35-30 ware het niet dat zwart gewoon een schijf offert met 56...29-34 57.39-33 34-40 58.30-24 20x29 59.33x13 40-44 en probleemloos remise. Zwart heeft twee manieren om naar remise te zoeken. Hij kan ook 57...7-12 58.44-40 12-18 59.40-35 18-23 60.28-22 20-24 61.22-17 28-23 proberen met moeizaam eindspel.

Het partijverloop kwam kennelijk als een verrassing. Het lukt nog maar net om er een half punt uit te slepen. Op het eind moet wit kiezen uit damhalen op 2 of 3. Damhalen op 3 geeft een puntenoverwinning. Na 68.8-2 mag zwart niet damhalen. Maar na 68...10-14 69.2-8 14-20 70.8-2 20-25 71.3-8 44-49 zit er zelfs geen puntenoverwinning meer in.

Verreweg de aardigste partij, die ik dit toernooi heb gespeeld is mijn partij tegen Fred Ivens. Daarin komt een Molimard op het bord. Een bekend en door de zwartspelers zeer gevreesde reactie is de herhaalde achterloop over veld 34. Tijdens deze partij weet ik deze sabotage actie redelijk onder controle te houden en een fraaie open omsingeling te bereiken.

Ivens,F. - Luteyn,F. WHDB, 06-10-2004
1.33-28 18-23 2.31-27 12-18 3.39-33 7-12 4.44-39 17-21 5.37-31 23-29 6.34x23 18x29 7.33x24 20x29 8.50-44 1-7 9.39-34 13-18 10.34x23 18x29 11.44-39 8-13 12.39-34 13-18 13.34x23 18x29 14.43-39 9-13 15.49-43 4-9 16.41-37 21-26 17.27-22 14-20 18.31-27 2-8 19.36-31 10-14 20.46-41 12-18 21.39-34 7-12 22.34x23 18x29 23.43-39 5-10 24.38-33 29x38 25.42x33 20-24 26.47-42 15-20 27.42-38 20-25 28.41-36 10-15 29.40-34 14-20 30.34-29 24-30 31.35x24 19x30 32.29-23 12-17 33.45-40 30-35 34.48-43 35x44 35.39x50 17-21 36.43-39 20-24 37.50-44 24-30 38.44-40 30-35 39.22-18 35x44 40.39x50 13x22 41.27x18 8-13 42.18-12 21-27 43.31x22 11-17 44.22x11 16x29 45.33x24 9-14 46.28-22 14-20 47.24-19 13x24 48.22-17 24-29 49.32-28 25-30 50.17-12 6-11 51.28-22 29-34 52.22-17 11x22 53.12-7 34-40 54.7-1 40-45 55.1-6 26-31 56.6x14 31x33 57.14-32 33-39 58.32-49 15-20 59.36-31 20-25 60.31-27 25-30 61.27-22 30-35 62.49-21 3-8 63.21x3 39-43 =

Het beslissende moment van de partij. Wit komt met de schrik vrij door een schijfje te offeren. Het gespeelde 38...30-35 leidt tot niets. In de diagramstand kan zwart de ruil 38...13-19 39.23x14 9x20 doen, maar dan komt wit tot behoorlijk actief tegenspel in het centrum met 40.39-34 30x39 41.33x44 25-30 42.44-39 30-35 43.38-33 35x44 44.39x50 worden de witte stukken weer behoorlijk actief in het centrum. De stand rechts is uitvoerig bestudeerd. De achterloop 9.39-34 wordt door b.v. Gerrit Boom als buitengewoon onaangenaam gezien voor de zwartspeler. Na 9...19-23 10.28x19 14x23 11.31-26 moet zwart kiezen uit de korte vleugel opsluiting of een leeg bord.

Opvangen met 9...13-18 10.34x23 18x29 is weliswaar uitvoerig onderzocht, maar heeft weinig theoretici enthousiast weten te maken. In de variant vanuit de 1.32-28 opening, waarin schijf 49 op 50 staat, is het verloop 11.35-30 8-13 12.30-25 2-8 13.40-35 15-20! aantrekkelijk gebleken. Zwart doet pas wat met 19-23 als veld 37 dicht is en er essentiële beslissingen gevallen zijn op de witte korte vleugel. In de variant vanuit 1.33-28 ligt dat wat anders. Fred zag niets in 11.35-30 19-23 12.30-25 21-26 13.42-37. Dat lijkt mij ten onrechte. De tegenactie 27-22 en 32-28 dreigt met druk tegen schijf 29.

In deze stand stopt wit de mislukte aanval tegen schijf 29. Ik maakte mij nog zorgen over 15.39-34 13-18 16.34x23 18x29 17.31-26  2-8 18.26x17 11x33 19.40-34 29x40 20.45x34 en wit blijft overeind. Maar dat is natuurlijk ook voor wit totaal onaantrekkelijk. Het resultaat is het diagram rechts. Zwart heeft grote successen geboekt, maar de strijd is nog lang niet gestreden. Een idee is 25...12-17. De uitval 26.22-18 13x22 27.27x18 is vermoedelijk te scherp. Direct 27...8-13 wint een stuk. Niet correct is 27...17-21 28.31-27 8-13 29.27-22 11-17 30.22x11 13x22 31.28x17 21x12 32.39-34 en 37-31x4 met een vijf om vijf als resultaat.

Maar in plaats van de onbekookte uitval naar 18 is het versterken van het centrum met 25...12-17 26.47-42 8-12 27.42-38 wel een probleem voor zwart. De kettingstelling met 12-18 doet niet veel en op 27...20-25 28.39-34 dreigt 22-18 gevolgd door 34-30. In de partij besteed ik veel aandacht aan het voorkomen van de opstelling met 39-34 gevolgd door de ruil naar veld 18.

Terwijl Fred Ivens naar de mogelijkheid 30...12-18 31.28-23 19x17 32.27-21 16x27 33.32x23 9-14 keek en wit heeft m.i. niets te vrezen, heb ik enige energie gestoken in het doorrekenen van 30...12-17 31.29-23 17-21 32.23x14 24-30 33.35x24 20x29 34.33x24 9x29 35.45-40 3-9 36.39-33 en dergelijke. Wit heeft ook dan weinig te vrezen.

Wit heeft een nood een bijzonder kansrijk schijfoffer gebracht. Zelf was ik in de partij meer bang voor de opbouw 36-31-27-22 met de dreiging 37-31 e.d. Ten opzichte van het gespeelde 49.32-28 scheelt dat in sommige varianten een wellicht beslissend tempo. De variant 49.36-31 20-24 50.31-27 15-20 51.38-33 is gevaarlijk voor zwart.