Schiedam - Het was weer een fikse tegenvaller in de vierpunten wedstrijd tegen Meurs. Met 11-9 werd verloren. Meurs was met vijf grootmeesters. Dat is best veel. Zelf ging ik kopje onder tegen de jeugdwereldkampioen. Het was niet nodig geweest, maar na vier uur heb ik het tegenwoordig wel een beetje gehad. Een hoop kabaal ontstond rond het vierde uur. Spelers van het tweede klaagden, dat er een klok was gevallen en dat de aanwezige arbiter niet had ingegrepen. Aangezien het niet erg best ging met het tweede tegen damclub Den Haag leek dat wat overdreven. Pas na enige tijd drong het tot de analyseruimte door, dat het de klok was geweest van Watoetin en dat we gelijkspel hadden gehad, als de arbiter had ingegrepen. Nu werden er nog een paar zetten gespeeld en kwam Meurs met de schrik vrij.

Anton van Berkel speelde vandaag tegen grootmeester Alexander Boulatov. De diagramstand is 83 keer op het bord geweest. Niemand heeft ooit de ruil 7.29-23x23 genomen. De meeste witspelers zijn razend benieuwd welk tempo hun tegenstander gaat spelen op 7.50-45 (61 keer). In de stand na 7.50-45 (78 keer via zettenwisselingen) zijn zeven zetten gespeeld. Het meest populair was 7...20-25. Tweede en derde zijn 18-22 en 21-27. Ik weet niet precies, waarom niemand de ruil 29-23x23 speelt. Het werpt een dam op tegen de belangrijkste vervlakkende ruilen.

De aanval 20-24 en 13-18 doet niets. Zwart wint tijdelijk een stuk, dat hij direct weer terug zal moeten geven. In diagram 2 speelde Anton 13.44-39 18x29 14.30-25. Dat maakte het teruggeven van het stuk met 29-34 tamelijk eenvoudig. Truus geeft als suggestie 13.44-40 18x29 14.49-44 12-17 en het wordt erg avontuurlijk.

Hier wikkelde Boulatov af met 20...24-29. Je krijgt bijna de indruk, dat hij degene is, die op remise spelen moet. Het is inderdaad niet eenvoudig om een constructief speelplan voor zwart aan te geven.

Truus komt met 20...12-18 21.22x13 9x18 22.36-31 8-12 23.31-27 14-20 24.25x23 18x29 25.30x19 2-8-13x22. Er ontstaat dan een acht om acht met wat spanningen. Als wit geen 23.31-27 speelt, dan komt zwart via 12-17 tot controle over de vleugel. Een alternatief is de opbouw 9-13, 2-7, 12-17 en 7-12. De door Truus getoonde varianten zijn beter voor zwart.

 

 

Na de partij werd aangegeven, dat wit overwegend staat. Een alternatief is in diagram 4 het plan 33.47-41 19-24 34.30x19 14x23 35.32-27 22x31 36.36x27 en wit heeft controle over het zwarte centrum. Na de partij werd aandacht besteed aan de opmars 47-41-36. Het voordeel daarvan is, dat schijf 33 de strijd kan aangaan op de korte vleugel. Voorts komen er zetjes in. Na aanvankelijke hoon om het buiten spel zetten van vier stukken werden diverse gunstige varianten voor wit gevonden. De aanval 17-21x32 uit de partij wordt dan met 26-21 combinatief verhinderd. Ik heb niet allemaal kunnen volgen.

Alexander Schwarzman kwam er niet doorheen tegen Boudewijn Derkx. Het kwam hem op een blauwe tegenstander te staan in de stand. Hij speelde volgens Alexander de juiste zetten op de belangrijke momenten.

 

In diagram 6 zou wit in grote problemen zijn gekomen na 17.37-31? 20-25 18.50-45 25x34 19.40x20 15x24. De enige speelbare zet is 20.42-37. Op 20.41-37? wint 20...23-28 21.32x14 17-21 22.26x17 12x41 23.42-37 41x32 24.38x27 16-21 etc. Dat is nog een beetje spectaculairder na 20.45-40 23-28, 17-21, 16-21, 7-12x49 en 24-30x50 X.

In diagram 7 had Alexander spijt van 30...1-6. Kansrijker is 30...24-30 met een wel gevaarlijke aanval tegen de witte korte vleugel. In diagram 8 de slotstand. Deze werd wat abrupt remise gegeven, omdat wit rekening moet houden met de wending 44...16-21 45.27x16 18-22 46.38-33 40-44 47.50x39 23-29 48.43-39 44x33 49.24-20 met remise. 

 

 

Zelf mocht ik aantreden tegen de regerende wereldkampioen bij de jeugd Pim Meurs. In de laatste minuten voor tijdnood liet ik mij beswindelen. Erg tevreden was ik niet over mijn opening. De laatste tijd probeer ik de Keller wat voorzichtiger te spelen om de gemoedsrust van mijn teamgenoten een beetje te sparen. De Keller met 34-29 is inderdaad wat voorzichtiger dan die met 33-29. Het uitgespaarde tempo met schijf 50 biedt allerlei voordelen voor de omsingeling. Het blijft evenwel een gevaarlijk systeem voor wit.

In de diagramstand heeft het spelen van 4.31-26 meestal weinig zin, omdat zwart gewoon 4...1-6 speelt om eerst 50-45 af te wachten. Wel een scherpe manier om tot de Keller te komen zonder de zet 50-45 is 4.32-28 19-23 5.28x19 14x23 6.35-30 16-21 7.31-26 10-14 8.30-24. Zwart speelt nu beter niet 8...5-10, omdat hij na 9.33-28 een tempo later is met zijn verdediging en een schijf verliest. Dat is nog niet fataal bleek in een partij Ladage - Luteijn. Helaas ontbreekt deze partij in Turbo dambase en in mijn eigen partijen verzameling. Diverse voorbeelden bestaan, waarin het idee wel duidelijk wordt:

Stegeman,B. - Nagel,S. NLD-chT 1a, 05-10-2002
1.34-29 17-22 2.40-34 11-17 3.45-40 6-11 4.32-28 19-23 5.28x19 14x23 6.35-30 10-14 7.30-24 5-10 8.31-26 16-21 9.33-28 22x33 10.39x19 14x23 11.37-32 11-16 12.36-31 20-25 13.42-37 9-14 14.40-35 7-11 15.31-27 1-6 16.37-31 14-19 17.35-30 10-14 18.41-36 14-20 19.44-40 23-28 20.32x14 21x32 21.38x27 20x9 22.47-42 17-21 23.26x17 12x32 24.42-38 11-17 25.38x27 17-21 26.48-42 21x32 27.46-41 9-14 28.50-45 14-19 29.42-38 6-11 30.38x27 11-17 31.43-38 8-12 32.49-43 3-8 33.31-26 2-7 34.36-31 17-22 35.38-32 16-21 36.26x28 15-20 37.24x15 19-23 38.28x19 13x44 =

Zwart geeft een schijf en blijkt voldoende compensatie te hebben. Opgemerkt moet worden, dat wit diverse gaatjes laat vallen. De aanpak met 11.38-32 resp. 13.40-35 is scherper. In een andere partij werd geen 19.44-40, maar 19.46-41 gespeeld en dat scheelt enorm in de compensatie na 19...23-28. 

In diagram 2 wordt meestal de slappe voortzetting 7...21-27 8.37-31 1-6 9.40-35 13-19 gespeeld. Wit speelt in deze variant graag 9.40-35 omdat na 9.50-45 23-28 10.42-37 1-6 11.40-35 de afwikkeling 11...28-32 12.37x28 18-23 overbekend is. Na 9.40-35 23-28 heeft wit de tijd voor het scherpe 10.44-40 en wordt de Keller weer wat. De scherpste opbouw is 7...23-28 8.40-35 5-10 9.37-31 20-25 9.24-20 met een vrijwel onbekende stelling. Er zijn maar drie voorbeelden in Turbo dambase. Het wordt op het ogenblik gespeeld in het openingentoernooi correspondentiedammen.

Pim Meurs laat zich niet op deze ongetwijfeld ook voor zwart kansrijke systemen en opent de aanval op de witte korte vleugel met 4.32-28 19-23 5.28x19 14x23 6.35-30 13-19 7.40-35 8-13. Dat is vaker gespeeld (11 voorbeelden). Erg boeiend wordt het meestal niet. Wit reageert vaak met 8.31-27 22x31 9.36x27 (10-14 10.30-24x25x30). De speelwijze uit de partij is naar mijn weten nog nooit voorgekomen. Hij is tamelijk verplichtend voor wit.

Diagram 5 is een belangrijke positie. Zwart staat voor de keuze uit 5-10 en 16-21. Beiden zetten de witte stelling stevig onder druk. Na 12...16-21 is de variant 13.31-26 11-16 14.44-40 18-23 15.29x27 21x23 belangrijk. Het is natuurlijk niet aantrekkelijk voor wit, maar veel keus heeft hij niet. Het systeem 13.31-26 11-16 14.37-32 21-27 15.32x21 16x27 16.38-32 is heel gevaarlijk door de gaten in het centrum en een dreigende korte vleugel opsluiting. Het plan 12...16-21 13.37-32 11-16 dreigt met 21-27x37x21 (47-41) 21-26-31 en 18-23x31. De zetten 14.47-41 of 14.47-42 zijn eigenlijk de bedoeling niet voor wit.

De ruil 13...22-27 blijkt nog verrassend sterk. Zwart heeft diverse alternatieven. Hij kan aansturen op 13...19-23 14.28x19 14x23 15.32-27 (Truus vindt 15.31-27 een zet) 10-14 16.46-41, 48-42 en 31-26x37. Dat kost flink wat tijd voor wit. In de tussentijd kan zwart uitzien naar een mogelijkheid tot overrompeling.  Een ander plan is het innemen van een korte vleugel opsluiting met 13...14-20 14.44-40(?) 20-24 15.29x20 15x24. Er ontstaat dan een gecompliceerd spelbeeld. Zwart dreigt met 10-14 de afwikkeling 24-29 aan de orde te stellen. Wit kan met 32-27 streven naar een kettingstelling. Eerlijk gezegd vertrouwde ik de boel niet helemaal.

Ook de positie, die in de partij ontstond vertrouwde ik niet helemaal. Zwart heeft allerlei onaangename mogelijkheden ter beschikking. Het voornaamste probleem is de korte vleugel opsluiting. Na een vingerzet als 17.46-41 is 17...14-20 een probleem. De ruil 18.30-24 19x30 19.35x24 10-14 is erg gevaarlijk. Er zit niks in met 34-30. Na 20.44-40 14-19 21.40-35 19x30 22.35x24 9-14 beschikt wit over 23.24-19 om het vege lijf te redden. De korte vleugel opsluiting uitroken met 18.41-37 lukt niet erg na 18...21-27 (of ook 10-14) 19.32x21 26x17. Wederom is 30-24x24 gevaarlijk. Na andere zetten wordt 20-24x24 een dreiging.

De zet 17.44-40 zet de boel op scherp. Zwart heeft tal van mogelijkheden. Het meest voor de hand ligt m.i. 17...21-27 18.32x21 26x17. Dat dreigt enigszins met de schijfwinst 19-24. Waarschijnlijk kan wit hem toelaten met 46-41 en 47-42-37. Maar zwart kan de druk handhaven met 19.46-41 17-21 20.47-42 21-26 21.42-37 en er lijkt een aardige omsingeling mogelijk. In deze variant is 19.30-24 19x30 20.35x24 niet aantrekkelijk, vanwege 20...14-19 21.40-35 19x30 22.35x24 10-14 en wit heeft niet anders dan de vlucht 24-20x20 met groot positienadeel.

Een ander idee is nog 17...18-23 18.29x18 12x23 19.28x19 14x23. Volgens mij ben ik precies op tijd om met 20.50-45 gevolgd door 30-24 de weer vleugel te bevrijden. Na 20.50-45 10-14 21.33-28 is het in orde. Ook 20.50-45 15-20 21.33-28 9-14 22.28x19 14x23 23.39-33 leidt tot bevrijding. Het beste is de terugruil 20.50-45 21-27 21.32x21 26x17 22.30-24 13-18 23.34-29x30x29 en schijf 35 blijft achter met mogelijkheden voor zwart.

Mijn tegenstander gebruikte erg veel tijd in deze fase, zodat ik erg veel tijd had voor speciale projecten. Jannes van der Wal heeft mij indertijd geleerd, dat als je niets te doen hebt, omdat de tegenstander aan het tijd vermorsen is, dat je je scherp kunt houden met het uitrekenen van 'onzinzetten'. In diagram 2 moet wit rekening houden met de herhaalde achterloop over veld 19. Er staan drie verdedigers tegenover drie aanvallers. Na afloop kan zwart proberen met 13-19x19 van de uitgedunde witte korte vleugel te profiteren. Zoals Anatoli Gantwarg terecht opmerkte, is dat onder de huidige omstandigheden nauwelijks een dreiging. Wit staat veel te ver naar voren. Het kan wat worden als je erin slaagt eerst schijf 28 op te ruimen.

In de partij werd 20.50-44 gespeeld. Ik heb in de tijd van mijn tegenstander tot afgrijzen van Anatoli aandacht besteed aan de zet 20.49-44. Het voordeel van een dergelijke zet in een variant als 20.49-44 21-27 21.32x21 26x17 22.43-38 14-20 23.40-35 19x30 24.35x24 9-14 25.44-40 14-19 26.40-35 19x30 27.35x24 4-9 28.28-23 9-14 is dat de doorbraak 29.23-19 op slag gewonnen is. Het bezwaar van 49-44 is, dat het een geweldige aderlating van het witte centrum. Inderdaad is 20.50-44 eigenlijk al wel ruim voldoende als afweer tegen de stormloop met 14-19.

In deze stand heb ik het zwaar bekritiseerde 22.28-23 gespeeld. Volgens Anatoli komt de gedachte van de stormloop 14-19 gewoon niet op in het hoofd van een op winst beluste zwartspeler. Voorts is hij van mening, dat de doorbraak 22.48-42 14-19 23.40-35 19x30 24.35x24 9-14 25.44-40 14-19 26.40-35 19x30 27.35x24 4-9 28.28-23 9-14 29.23-19 14x23 30.29x9 20x40 31.9-4 40-45 (of 25-30) best eens in het voordeel van wit zou kunnen zijn. Ten derde is nog een keertje opvangen met 28.49-44 9-14 29.44-40 14-19 39.40-35 19x30 30.35x24 13-19 31.24x13 8x19 misschien niet eens beter voor zwart. De consequentie van 22.28-23 is een afwikkeling naar nadelig, maar remiseachtig middenspel.

In deze fase van de strijd slaagt zwart er niet in om zijn voordeel te realiseren. Voor de hand ligt de opmars 4-9-14. Wit is dan op tijd met 46-41-37 en 42-38 om de voorpost te houden. Waarschijnlijk ontstaat dan diagram 5. Zwart kan de strijd gaande houden met 20-25. De ruil 38-32x32 is dan verhinderd door het zetje 22-28 en 12-18x38. Op 29-24 12-18x18 komt schijf 24 een beetje onder druk. De uitwisseling 37-32 13-19 lijkt bezwaarlijk voor wit. De heren grootmeesters hebben zich nog bezig gehouden met de situatie, dat zwart niet op 27 gaat staan en via 20-25 en 14-20-24 druk gaat uitoefenen.

In diagram 4 is de gespeelde zet 30...17-22 een testzet. Na 31.46-41 20-24 32.29x20 15x24 wint zwart schijf 23, omdat de tussenloop 23-19 bezwaarlijk is. Echter na 31.42-38 heeft wit de verdediging rond. Het beste is direct 12-18x18. In de partij pakt wit na 31...21-27 32.39-34 de controle op de korte vleugel. Zwart heeft de mogelijkheid met 32...13-18 te streven naar veld 31. Maar dat zou vrijwel verliezend zijn na zowel 23-19 als 34-30 (27-31x31) gevolgd door 48-42 en aanval tegen de zwarte lange vleugel en het centrum.

Het opmerkelijk feit doet zich voor, dat zwart later eigenlijk gewonnen heeft door het maken van twee ernstige fouten. In diagram 6 speelde hij de afgrijselijke zet 36...9-14. Opeens had ik de hele wedstrijd in handen, want met een uur voorsprong op de klok was winst opeens een reŽle mogelijkheid. Ik heb een half uur nagedacht over de verschillende eindspelen en afspelen, die op het bord zouden kunnen komen. Na het voor de hand liggende 37.30-25 vond ik nog wat beren op de weg. Deze blijken er niet te zijn. De variant 37.30-25 13-19 38.48-42 19-23 39.49-44! 23x34 40.33-28 22x33 41.38x40 is erg gevaarlijk voor zwart.

Hij heeft twee zwakke punten t.w. schijf 15 en schijf 11. Na 41...20-24 42.42-38 moet hij schijf 27 verdedigen. Na 42...7-11 43.37-31 18-22 44.44-39 14-19 45.40-35 dreigt er van alles en moet zwart alles uit de kast halen om te overleven. Na 42...18-22 43.37-32 7-11 44.32x21 11-16 45.22-17 heeft zwart nog steeds de zwakte op veld 15. Weinig zinvol is de zet 39.37-31 23x34 40.33-28 22x33. Na 41.31x13 maakt zwart moeiteloos remise met 34-40-45. Op 41.38x40 18-22 kan schijf 7 nog naar het centrum.

Een ander schema om tot een voordelige remise te komen vanuit diagram 6 is 36...9-14 37.30-25 13-19 38.48-43 19-23 39.39-24 20x29 40.33x24. Op 14-19x9 is 37-32 remise. Na 7-11 38-32x32 is het ook niet veel meer. Verliezend zou zijn 22-28, vanwege het zetje 25-20, 24-19 en 38-32x1 X. In al deze variant is 13-19-23 het enige plan voor zwart. De tussenzet 7-11 geeft wit extra mogelijkheden om het schijf 15 moeilijk te maken. In de partij speelde ik 36...9-14? 37.48-42? Even vergeten, dat 20-25 een probleem is.

Wederom is het juist een slechte zet, die mij in diagram 8 op het verkeerde been zet. De enige winstkans voor zwart in een dergelijke positie is het naar het centrum brengen van schijf 7. Daarbij moet schijf 27 natuurlijk niet verloren gaan. Dat kan bereikt worden met 41...13-18. Dat dreigt met 22-28, 18-22 en 7-12-18-23 en groot voordeel. Het eindspel 42.37-32 27-31 43.36x27 22x31 44.38-33 7-11 45.43-38 31-36 46.42-37 18-22 is natuurlijk remise. Maar het biedt nog wat kansen. Aangegeven is, dat na 41...7-11 vrijwel alles remise is.

Zelfs de stand op de 48ste zet is dank zij de akelige zwakte van schijf 17 wellicht nog remise, mits wit natuurlijk 48.37-31 speelt. Het moge duidelijk zijn, dat wit het beter niet zover had kunnen laten komen. Truus geeft de remise 48.37-31 17-21 49.33-29 23x34 50.35-30 34x25 51.31-26 22-28 52.26x17 28-32 53.36-31 32x43 54.31x22 43-49 17-11=

Arnaud Cordier speelde de 32-28 18-23 33-29x28 20-25 opening. Een opmerkelijke openingskeuze. Zowel de Bronstringhekstelling als de Vosvariant met 29-24x24 staan als erg goed voor wit bekend. Vanuit de diagramstand speelde hij de zetten 12-18 en 16-21. Hij maakte het zijn tegenstander Dik de Voogd er zichtbaar moeilijk mee. Zelf zou ik niet zo snel 12-18 spelen, omdat je dan de Bronstringhekstelling voorgoed onmogelijk maakt. De beginzet 4...16-21 zou nog wel wat voor mij zijn. Er bestaan 264 voorbeelden van: 78 witspelers antwoorden 37-32; 55 spelen 31-26 en 42 gaan verder met het aangewezen 29-24x24. Een leuke oogst...

Het probleem in de vosvariant is, dat als zwart het veilige 21-26 speelt zijn tegenstander laat slaan en verder vrijwel geen problemen meer heeft. Je bent dus gedwongen schijf 21 te laten slaan en de boel erachter vol te bouwen in de hoop op tegenspel. Meestal ontstaat de opstelling met 7-12, 1-7 etc. Het is erg lastig om dan iets te bereiken anders dan een benauwde remise als wit tot 31-26 overgaat. Als hij met 46 opkomt en zich met 21-26 laat insluiten, dan krijgt zwart zelfs wat kansen. Arnaud bouwt hier met 8...8-12! op vanuit schijf 3 en verzekert zich ervan, dat hij altijd 21-27xx27 zal kunnen spelen.

Het stellingbeeld rechts heeft zich twee weken eerder ook voorgedaan in mijn partij (schijf 42 op 41 en 38 op 39), maar vanuit een totaal andere opening. Wegens tijd- en ruimtegebrek heb ik die niet behandeld in het verslag. Jullie kunnen hem nog naspelen bij de partijen vierde ronde. Opgemerkt werd na afloop, dat zwart al zijn openingsproblemen heeft opgelost. Echter veel winstkansen hoeft nu ook weer niet te verwachten. Zelf waagde ik de zet 19...14-19 niet. Er zit dan immers een dam in via 44-39, 29-24, 38-32, 28-22 en 39-33x5. Hij is wat duur. Het zwarte voordeel na damafname is echter niet overweldigend.

Links de situatie een paar zetten later. Zwart kan geen 22...14-19 spelen, vanwege 23.40-35 19x30 24.35x24 17-22 25.28x17 11x22 26.29-23! met groot positievoordeel voor wit. Hij speelde daarom 22...17-22 23.28x17 11x22. De ruil 24.38-32 27x38 25.43x32 kan beantwoord worden met 25...22-28 26.33x22 13-19 (of 14-19) 27.24x13 9x38 28.42x33 14-19 en zwart heeft in schijf 29 een dankbaar aanknopingspunt. Daarom besloot wit met 24.42-37 eerst een schijfje te ruilen. De uitwisseling, die Arnaud daarna neemt heb ik in mijn partij ook overwogen. Ik vreesde dat het daar te weinig kansen zou bieden. Een belangrijk verschil is, dat wit in de partij van Arnaud de ruil 13-19 wel kan antwoorden met 38-32x32.

Rob Clerc moest tegen de Afrikaanse grootmeester Leopold Kouogueu. Hij probeerde de aanbeveling van Ron Heusdens in de 34-29 19-23 opening. Het valt mij de laatste weken ook al op, dat de tegenstanders er steeds minder van onder de indruk zijn. Iemand uit de Franse damschool weet niet beter en neemt wat ruilen, waardoor er weinig overblijft.

In de diagramstand een aardig ogenblik. Wit forceert met 41.27-22 een afwikkeling naar een eindspel. Waarschijnlijk doet hij daar verstandig aan, want voor het uitspelen van een Woldouby-achtig middenspel is de tempoverhouding niet erg geschikt. Wit staat drie zetten naar voren. Schijf 15 is naast achterblijver, een belangrijke verdediger tegen zetjes.

Na 41.27-22 12-18 heeft wit naast de Coup Springer ook de mogelijkheid 42.22-17 11x33 43.38x9 13x4. Zonder schijf 15 zou dat nog wel wat zijn. Nu is het een garantie voor een moeizaam afspel.  Het eindspel in de partij loopt vanzelf remise. Zwart heeft gewoon een stuk teveel. 

Peter van der Stap moest tegen Bennie Provoost. Deze kwam met een openingsnieuwtje. Waarschijnlijk is het niets, maar het resultaat was een reusachtige hoeveelheid ruilen. In de diagramstand heeft wit zijn tegenstander opgesloten op de korte vleugel. De drie stukken tegen vier zouden in zijn voordeel moeten zijn. In de partij speelde hij 38.39-33? en na 19-24x23 werd het niets meer voor. Beter is 38.38-33. De ruil 19-24x24 kan dan beantwoorden worden met 33-29x30 X. Bij analyse bleek ook 38.38-33 19-23 alleszins speelbaar voor zwart.

Ron Heusdens hield nog langdurig de aandacht en hoop gevangen. Voornamelijk gebeurde dat doordat hij en zijn tegenstander Bas Messemaker na de tijdnood veel tijd verbruikten en tamelijk weinig zetten speelden. Op 52.1-40 offert volgens Truus zwart schijf 37 en loopt met 38 naar dam. Op 52.30-24 speelt Truus het nuchtere 8-13. In de analyseruimte behielp men zich met 28-33 en 38-43. Er gaat dan altijd voldoende materiaal van het boord. Op 42.30-24 28-33 43.39x28 38-43 44.28-23 moet 44...8-12 er even bij alvorens 43-49 te spelen.

Ron Heusdens toonde zich wat verontwaardigd over de geringe aandacht, die zijn partij had mogen ontvangen in het verslag. Hij was nu eenmaal vergeten mij tijdig het feit te onthullen, dat hij gewonnen had gestaan. In de stand rechts kan hij op twee manieren winnen. De saaie methode is de opmars 27-21-16-11-7. Na 46.27-21 29-33 47.21-16 28-32 48.43-39 33x44 49.50x39 32038 50.16-11 is de voortzetting 50...23-28 verhinderd door 51.17-12 X (Truus). Op 50..14-19 51.11-7 23-28 52.7-1 28-33 53.39x28 38-43 54.47-42 komt het wel in orde.

Echter ook het partijverloop is gewonnen. Na 46.17-11 6x17 47.27-22 28-32 48.22x11 29-33 is de voortzetting 49.11-7 gewonnen. Ron maakte zich wat zorgen over 49...33-38 50.43-39 8-12 51.7x29 32-37. Maar dat is onzin, omdat wit over de vangstelling 50/39 beschikt.

 

Dit is de stelling van het tijdnood incident. Dirk van Schaik moest met zwart aantreden tegen Evgueni Vatoetin. De gespeelde zet 47...17-22 is vrijwel verliezend volgens Watoetin. Remise is 47...23-28 48.37-31 17-22 49.30-24 19x30 50.35x24 11-17 51.24-20 13-19 52.20x9 19-24 53.29x20 25x3 54.34-29 3-9 55.39-34 9-14 56.34-30 14-19 57.29-24 28-33 etc.

In tijdnood sloeg wit na 47...17-22 verkeerd en ging door zijn vlag. De arbiter zag het en greep niet in. De variant 47...17-22 48.37-32 22x31 49.36x27 11-17 50.39-33 17-22 51.29-24 is heel slecht. Het eindspel 50...14-20 51.33-28 20-24 52.29x20 25x14 53.30-25 17-22 54.28x17 23-29 is slecht. De variant met 54...19-24 55.26-21 13-19 56.17-11 16x7 57.21-17 is het ook niet helemaal.

Anatoli Gantwarg moest tegen Alexander Getmanski. Een klassieke stand is ontstaan met allerlei interessante mogelijkheden. Een idee voor tijdnood is 39.48-43 12-18 40.43-39 7-12 41.30-25 9-14 42.34-30 12-17 43.28-22 17x28 44.38-33 26-31 45.37x17 28x37 46.36-31 37x26 47.39-34. Er zijn dan diverse remises. 24-29 en 23-28 is remise. Zelf heeft Anatoli eens remise gemaakt met het dubbele tegenoffer 26-31, 16-21 en 23-28x27.

 

Na het gespeelde 39.38-33 is het antwoord 39...12-17 het enige. Op 39...9-14 beslist 40.27-22 X. Na 39...12-18 40.28-22 gaat zwart aan temponood ten onder. In de partij heeft wit afgewikkeld met 27-22 en het schijnoffer 37-31 =. Een ander idee is 40.48-43 9-14? 41.43-38 7-12 42.27-22 12-18 43.22x11 16x7 44.34-29 23x25 45.28-23 X. Goede raad is duur als zwart niet de foutzet 40...9-14 speelt, maar gewoon 7-12-18 doet.

Sven Winkel moest met zwart aantreden tegen grootmeester Andrej Kalmakov. Deze positie heeft zich volgens Turbo dambase inmiddels zes keer voorgedaan. Met schijf 49 op 50 komen daar nog eens 17 gevallen bij. De ruil 33-29x17 is tweemaal genomen. Dat doet niet veel. Veel aardiger is 18.34-29 12-18 19.21-16 19-23 20.38-32, 35-30 en 32-28. In de eerste partij speelde zwart van Karen van Lith eerst 8-12 en dat werd nog veel erger. Dat is ook een keertje gebeurd in een partij van Wim Vrijland (met 49 op 50). Arnaud Cordier was de enige zwartspeler, die zo bijdehand was om 18.34-29 12-17 19.21x12 7x18 te doen. Na 20.41-37 8-12 21.37-32 3-8 22.32-28 won hij een stuk met 24-30-34 X.